logotype

Inlogformulier

Eerste onderhoud na een verhuizing

Eerste onderhoud na een verhuizing

Eerste onderhoud na een verhuizing

Eerste onderhoud na een verhuizing

Plan binnen 48 uur na het overhandigen van de sleutels een grondige inspectie van alle leidingen en afvoeren. Draai alle kranen open, zowel warm als koud, en controleer de waterdruk. Spoel elk toilet minstens drie keer door en let op borrelende geluiden in de afvoer, wat kan duiden op een verstopping of een verkeerd geïnstalleerde ontluchting. Noteer ook de meterstanden van gas, water en elektra op de dag van oplevering, want zonder deze registratie bestaat het risico dat u de rekening van de vorige bewoner betaalt.

Vervang standaard de filters in de mechanische ventilatie of het centrale luchtbehandelingssysteem. Deze bevinden zich vaak achter roosters in het plafond of in een technische ruimte en zijn na jaren gebruik verzadigd met stof, pollen en vetdeeltjes. Een schone filter verlaagt het energieverbruik met 5 tot 10 procent en voorkomt dat vervuilde lucht door de woning circuleert. Controleer tegelijkertijd de conditie van de rubberen afdichtingen van de ramen en deuren; als deze broos of vervormd zijn, is vervanging goedkoper dan het verlies aan warmte dat u de komende winter zult merken.

Test elke zekering en aardlekschakelaar in de meterkast door op de testknop te drukken. Dit duurt enkele seconden per groep, maar onthult direct of de installatie voldoet aan de huidige veiligheidsnormen. Zet daarna alle groepen uit en meet met een spanningzoeker op meerdere stopcontacten of er werkelijk geen stroom staat, om te bevestigen dat de bedrading correct is aangesloten. In oudere woningen, gebouwd vóór 1990, is het raadzaam om een professionele keuring aan te vragen, omdat verouderde aluminium bedrading een verhoogd brandrisico vormt.

Controleer de staat van de cv-ketel of warmtepomp en vraag indien mogelijk het onderhoudsrapport van de vorige eigenaar op. Een recent gekeurd toestel met een origineel logboek bespaart u niet alleen onverwachte storingen, maar is ook vereist voor de meeste verzekeraars en garantieconstructies. Ontlucht daarnaast alle radiatoren, ook op de bovenverdieping, want tijdens een verhuizing kunnen er luchtbellen in het systeem ontstaan die de warmteafgifte met wel 30 procent verminderen. Vul na het ontluchten het systeem bij tot de juiste druk, meestal tussen de 1,5 en 2,0 bar, en herhaal dit proces na een week nogmaals.

Vergeet de buitenkant niet: reinig de dakgoten en controleer de bevestiging van alle regenpijpen op scheuren of losse verbindingen. Verstopte goten leiden in de herfst tot vochtdoorslag in de spouwmuren, wat schimmelvorming op de begane grond kan veroorzaken. Inspecteer ook de kitnaden rondom ramen en deurdorpels; een nieuwe kitlaag van enkele millimeters voorkomt tocht en vochtproblemen voor de komende jaren. Deze werkzaamheden zijn relatief eenvoudig uit te voeren, maar beschermen de bouwconstructie tegen kostbare schade die anders pas na maanden of jaren aan het licht komt.

Het ontluchten en bijvullen van de cv-ketel na verhuizing

Draai direct na het installeren van de ketel en het vullen van het systeem alle radiatorkranen volledig open, behalve de thermostaatkraan in de woonkamer. Begin met het ontluchten van het laagste punt in de woning – meestal een radiator in de kelder of begane grond – en werk systematisch omhoog naar de bovenste verdieping. Gebruik een ontluchter of een platte schroevendraaier op het ventiel; houd een doek bij de hand en draai het ventiel maximaal een kwartslag open. Laat de lucht ontsnappen tot er een constante straal water uitkomt zonder bubbels. Herhaal dit proces twee keer met een tussenpauze van vijftien minuten, omdat luchtbellen in het water zich geleidelijk verzamelen. Controleer ondertussen de waterdruk op het manometer van de ketel: deze moet tussen 1,5 en 2,0 bar liggen wanneer de installatie koud is. Als de druk onder 1,0 bar zakt, open dan de vulkraan (meestal een blauwe of zwarte hendel bij de vulleiding) en voeg langzaam water toe totdat de naald de 1,8 bar bereikt. Sluit de vulkraan altijd volledig terug, anders blijft de druk stijgen wanneer de ketel opwarmt en kan het expansievat overbelast raken.

Ontlucht na het bijvullen opnieuw alle radiatoren, want het toevoegen van water brengt nieuwe lucht in het systeem. Richt u daarbij specifiek op radiatoren die op de bovenste verdieping staan en op exemplaren die langere tijd ongebruikt waren in de nieuwe woning; die bevatten vaak de meeste ingesloten lucht. Een typische fout is het ontluchten terwijl de circulatiepomp draait – dit zuigt lucht aan via het expansievat. Zet daarom de ketel uit en wacht vijf minuten tot de pomp stilstaat, voordat u begint. Na de tweede ontluchtingsronde moet de druk stabiel blijven; als deze binnen een uur meer dan 0,3 bar zakt, is er sprake van een lekkage. Controleer dan alle knelkoppelingen bij de ketel met een stuk keukenpapier en draai deze eventueel een halve slag aan met een waterpomptang. Herhaal de drukcontrole na 24 uur opnieuw: een stabiele waarde van 1,5 tot 2,0 bar bij koude installatie garandeert een correct functionerend systeem zonder dat u binnen enkele weken opnieuw hoeft bij te vullen.

Het reinigen en ontkalken van de wasmachine en vaatwasser bij aankomst

Het reinigen en ontkalken van de wasmachine en vaatwasser bij aankomst

Start direct met een hete wascyclus van 90°C met twee kopjes witte azijn in het wasmiddelbakje, vóórdat je ook maar één kledingstuk wast. Dit verwijdert achtergebleven zeepresten, vet en mogelijke bacteriën uit het vorige gebruik. Laat de machine daarna openstaan om volledig te drogen; een gesloten trommel is een broedplaats voor schimmel.

Voor de vaatwasser neem je een glazen kom gevuld met 300 ml citroenzuurpoeder en zet deze rechtop op het bovenste rek. Draai een programma van minimaal 65°C. Het zuur lost kalkaanslag in de leidingen en sproeiarmen op, zonder het rubber van de deur aan te tasten. Herhaal dit tweemaal als het water erg hard is (meer dan 15°Duitse hardheid).

Vergeet de filters niet: bij de wasmachine zit het pluizenfilter meestal achter een klepje onderaan. Draai het open boven een lage bak, laat het restwater weglopen en spoel het filter onder de kraan met heet water. Bij de vaatwasser verwijder je het platte zeefje en de fijne cilinderfilter in de put; schrob ze met een oude tandenborstel en soda. Een verstopt filter verklaart 80% van de stank bij nieuwe bewoning.

Controleer de rubberen manchet van de wasmachinedeur op zwarte aanslag. Trek de rand naar buiten en veeg met een microvezeldoek gedrenkt in 10% bleekoplossing (1 deel bleek op 9 delen water) alle plooien schoon. Spoel na met een vochtige doek. Laat dit 15 minuten inwerken voordat je het afspoelt, anders blijft er schimmelsporen achter die je volgende was besmetten.

  1. Voer bij de vaatwasser een spoelgang uit met 500 ml azijn in een kopje op het bovenste rek, zonder vaat erin. Dit neutraliseert ook eventuele vetresten in de afvoerpomp.
  2. Controleer de sproeiarmen: verwijder ze door de moer linksom te draaien en prik de sproeigaatjes door met een naald. Kalkkorrels blokkeren de waterstraal, waardoor je glazen dof blijven.

Let op de watertoevoerslangen: draai de kranen dicht, koppel de toevoer los en laat 2 liter water door de slang lopen in een emmer. Kleine zanddeeltjes uit de vorige woning kunnen in de magneetventiel vastzitten. Zet de slang terug en open de kraan langzaam om drukverschillen te vermijden.

Tot slot: koop een waterontharder-tablet voor de wasmachine (bijv. Calgon, 4 stuks) en laat een lege machine op 60°C draaien. Dit beschermt het verwarmingselement tegen nieuwe kalkaanslag. Voor de vaatwasser gebruik je vaatwasserszout in het reservoir (1 kg), ook al is het zoutreservoir leeg; stel de waterhardheid in op je lokale waarde via de handleiding om overmatig zoutverbruik te voorkomen.

Controleer na deze drie cycli of er geen schuim of vreemde geur meer uit de afvoerslang komt. Plaats een kopje met 200 ml soda in het bestekmandje en draai een kort programma. Als het water kristalhelder wegloopt, is de reiniging geslaagd. Herhaal dit protocol over zes maanden, ongeacht wat je wast – hard water eist een vaste cyclus.

Veelgestelde vragen:

We zijn net verhuisd en de cv-ketel maakt nu een fluitend geluid dat we in ons vorige huis nooit hoorden. Moet ik mij direct zorgen maken of is dit normaal na een verhuizing en kan dit vanzelf overgaan?

Een fluitend geluid bij de cv-ketel na een verhuizing is niet iets om direct in paniek van te raken, maar het verdient wel je aandacht. De meest voorkomende oorzaak is lucht in de leidingen of in de pomp. Tijdens een verhuizing wordt het systeem vaak afgetapt en weer gevuld, waardoor er luchtbellen achterblijven. Dit onttrekt zich meestal vanzelf na een paar dagen, omdat de lucht via het ontluchtingsventiel ontsnapt. Je kunt dit versnellen door de radiatoren te ontluchten met een ontluchtingssleutel, beginnend bij de hoogste verdieping en eindigend bij de laagste. Mocht het geluid na een week nog steeds aanwezig zijn, dan kan er een probleem zijn met de waterdruk. Check de manometer: deze moet tussen de 1,5 en 2 bar staan. Staat hij lager, dan vul je het systeem bij via de vulkraan. Een derde mogelijkheid, die je niet moet uitsluiten, is dat het fluiten afkomstig is van een te krappe bocht in de nieuwe leidingaanleg, bijvoorbeeld als de ketel op een andere plek is geplaatst dan in de vorige woning. In dat geval is er sprake van een stromingsgeluid dat niet vanzelf overgaat. Je kunt dit testen door de thermostaat op een hoge temperatuur te zetten (minimaal 70 graden) en te luisteren of het geluid in toonhoogte verandert. Verandert het niet, of wordt het luider bij warm water, dan is het verstandig om een installateur te laten meekijken. Het is geen urgent probleem, maar het kan duiden op een vervuilde warmtewisselaar of een pomp die op de verkeerde stand staat. Voor nu: ontluchten, druk checken, en meten of het geluid afneemt. Doet het dat niet binnen enkele dagen, bel dan een vakman, want op termijn kan het de levensduur van de ketel verkorten.

In het nieuwe huis hangt de wasdroger in de badkamer, maar de afvoerslang hebben de vorige bewoners in een sifon gestoken die naar het riool gaat. Is dat wel verstandig, en hoe weet ik of het condenswater op de juiste manier wordt afgevoerd?

Je raakt hier een onderwerp aan waar veel verhuizers tegenaan lopen: vorige bewoners lossen het zelf vaak handig op, maar niet altijd volgens de regels. Een wasdroger met een condensafvoer die direct op het riool is aangesloten via een sifon kan in twee situaties problematisch zijn. Ten eerste: het gebruik van een wasdroger met een warmtepomp of een lagedruk-condenssysteem produceert water dat in principe schoon is, maar het kan wel stofdeeltjes en pluis bevatten. Als de sifon niet is voorzien van een waterslot, kan rioollucht via de slang terug de droger in trekken. Dat verklaart mogelijk een nare geur in de badkamer. Ten tweede: de machine moet het water wegpompen, en sommige modellen hebben een maximale opvoerhoogte van ongeveer 80 centimeter. Als de sifon lager zit dan de uitgang van de droger, dan werkt de zwaartekracht in je voordeel. Maar als de sifon juist hoger zit, dan moet de pomp extra hard werken, wat leidt tot slijtage van de pomp en een kortere levensduur van het apparaat. De slimste aanpak is als volgt: kijk of er een beluchting zit op de sifon. Sommige sifons hebben een kleine opening aan de bovenzijde waardoor lucht kan ontsnappen; zit die er niet, dan kan er een vacuüm ontstaan in je rioolleiding, waardoor het water niet goed wegloopt en je in de wasmachine ook borrelende geluiden kunt horen. Test het als volgt: draai een kort programma met een lege trommel en voeg een liter water toe via het wasmiddelbakje. Kijk of het water in de sifon wegloopt zonder terug te stromen. Als het water zichtbaar terugkomt in de slang, of als je luchtbellen ziet in het toilet in dezelfde ruimte, dan is de aansluiting fout. Je kunt dit oplossen door een speciale droger-aansluiting te installeren met een geurstop en een terugslagklep. Die kost ongeveer vijftien euro en is een kwartiertje werk, mits je enigszins handig bent. Wil je het simpel houden, dan kun je het water ook opvangen in een opvangbak die je handmatig leegt, maar dat is minder comfortabel. De beste raad: controleer ook of de slang niet geknikt is achter de droger; een knikstuk zorgt na verloop van tijd voor lekkage. Als je alles controleert en het werkt goed, dan kun je het laten zoals het is, maar zorg ervoor dat je de sifon elk half jaar schoonmaakt met een borstel, anders blijft er pluis achter en krijg je op termijn verstopping.

We hebben een huis gekocht waar de vorige bewoners een inbouwkoelkast hebben achtergelaten. De koelkast vriest nu onderin, maar in het verleden koelde hij prima. Heeft het te maken met het transport en de verhuizing, en hoe kunnen we dit zelf verhelpen voordat we dure apparatuur laten repareren?

Wat je beschrijft is een klassiek verschijnsel na een verhuizing, en de kans is groot dat je het zelf kunt oplossen. Bij een inbouwkoelkast die eerst prima werkte en na transport onderin begint te vriezen, zijn er twee hoofdverdachten: de deurrubber die niet meer goed afsluit, en het ontdooisysteem dat is verstoord geraakt door het verplaatsen. Laat me uitleggen. Wanneer een koelkast wordt vervoerd, wordt hij vaak schuin gehouden of op zijn kant gelegd om door een deuropening te passen. Hierdoor kan de koelvloeistof (het koudemiddel) in de compressor terechtkomen op een plek waar het niet hoort, of kan de olie uit de compressor in de capillaire buis lopen. Dat laatste is een veelvoorkomende oorzaak: de olie blokkeert de fijne leiding, waardoor de koeling blijft doorlopen en de temperatuur in het onderste compartiment te laag wordt. De oplossing is in veel gevallen simpel: zet de koelkast rechtop en laat hem minstens zes uur, liefst een volledige nacht, ongestoord staan voordat je hem weer aanzet. De olie zakt dan terug naar de compressor. Veel mensen zetten de koelkast te snel aan na aankomst, en juist dat veroorzaakt dit probleem. Als je hem al hebt aangezet, koppel hem dan los, laat hem een etmaal staan en steek de stekker er weer in. Daarnaast: controleer het deurrubber op beschadigingen die tijdens het transport zijn ontstaan. Bij het inbouwen is de deur vaak afgesteld met stelschroeven aan de onderkant. Als die door een schok zijn verschoven, sluit de deur niet meer goed aan de bovenkant, waardoor er warme lucht binnendringt. De thermostaat reageert daarop door extra hard te koelen, en het gevolg is ijsvorming onderin. Los dit op door de stelschroeven een halve slag bij te stellen totdat je voelt dat de deur met lichte weerstand sluit. Een derde punt: kijk of de ventilator achterin, bij de verdamper, vrij is van ijsblokken. Als er al ijs zit, dan moet je de koelkast volledig laten ontdooien. Dit duurt een paar uur, maar het is de moeite waard, want als je het ijs laat zitten, blijft het probleem zich herhalen. Mijn advies: doe de zes-uurs test, ontdooi volledig indien nodig, en controleer de rubbers. In 80 procent van de gevallen lost dit het probleem op zonder dat je een monteur hoeft te bellen. Blijft het vriezen na deze ingrepen, dan is de kans groot dat de thermostaat defect is geraakt door de schokken en moet deze worden vervangen.