logotype

Inlogformulier

Energiebesparende klussen voor iedere woning

Energiebesparende klussen voor iedere woning

Energiebesparende klussen voor iedere woning

Energiebesparende klussen voor iedere woning

Begin met het waterpas stellen van je voordeur. Een kier van 5 millimeter onder de deur zorgt jaarlijks voor een warmteverlies dat gelijkstaat aan het verbranden van 40 kubieke meter gas. Monteer een tochtstrip met een zelfklevende rubberen rand en een aluminium dorpelprofiel; dit kost je twee uur werk en bespaart direct 7 procent op je stookkosten. Controleer ook het sleutelgat: een borstelplaatje of een automatische brievenbus-klep met dubbele borstels elimineert ongewenste luchtstromen zonder dat je de hele deur hoeft te vervangen.

Richt je aandacht vervolgens op de kruipruimte. Een onbedekte bodem laat 15 tot 20 procent van de warmte via de begane grondvloer ontsnappen. Leg 10 centimeter dikke PIR-platen (polyisocyanuraat) met een aluminium toplaag op de bodem, of gebruik een reflecterende folie met ingebakken luchtbellen voor moeilijk bereikbare hoeken. Dicht alle naden tussen de platen af met aluminiumtape. Deze ingreep levert een besparing op van gemiddeld 6 tot 8 procent op het totale gasverbruik, afhankelijk van de leeftijd van je vloer. Vergeet niet de ventilatieopeningen aan de buitenzijde open te houden voor de luchtvochtigheid.

De radiatoren in onverwarmde ruimtes vormen een stille energievreter. Een radiator in de gang of berging die op dezelfde thermostaatkring is aangesloten, verwarmt een zone die je zelden gebruikt. Installeer een thermostaatkraan met een vloeistofgevulde sensor (type 3) op elk exemplaar; zo regel je de temperatuur per ruimte. Combineer dit met een reflecterende radiatorfolie aan de muur achter de verwarming. Deze folie kaatst 90 procent van de warmtestraling terug de kamer in, in plaats van die in de muur te laten trekken. Dit levert alleen al een reductie van 5 procent op je stookvraag op, en je voelt het verschil binnen een half uur na installatie.

Denk ook aan de warmwaterleidingen die door de meterkast en spouwmuren lopen. Ongeïsoleerde leidingen verliezen tijdens het transport van de boiler naar de kraan 10 tot 15 procent van hun warmte. Wikkel mantelisolatie van geschuimd rubber met een gesloten celstructuur om alle leidingen die in onverwarmde zones liggen. Kies voor een dikte van 13 millimeter bij leidingen met een diameter tot 22 millimeter; voor dikkere buizen gebruik je 19 millimeter. Sluit de mantel af met speciale isolatietape die bestand is tegen condensvorming, zodat vocht geen schimmel veroorzaakt. Deze klus kost een ochtend, maar verkort de opwarmtijd van je warme kraan met minstens een derde en verlaagt het stilstandverlies van je cv-ketel merkbaar.

Tochtstrips vervangen: waar plaats je ze voor de grootste winst?

Tochtstrips vervangen: waar plaats je ze voor de grootste winst?

Start met de overgang tussen het draaiende raamkozijn en het vaste raamhout: dit is in 90% van de huizen het grootste lek. Een kier van 3 millimeter over een raam van 1,5 meter breed zorgt jaarlijks voor een warmteverlies dat vergelijkbaar is met een open raam van 45 vierkante centimeter. Plaats zelfklevende EPDM-strips (8x6 mm) aan de binnenkant van het kozijn, niet op het raam zelf, zodat de strip bij sluiting tegen het raamhout drukt.

De tweede prioriteit is de onderkant van de voordeur. Meet de kier op met een strook papier: als die er zonder weerstand doorglijdt, is een aluminium dorpelstrip met borstel of een automatische drop-seal de oplossing. Een drop-seal (bijv. het merk LIP) kost rond de 30 euro en bespaart direct 15 m³ gas per jaar in een tussenwoning. Monteer deze strikt aan de binnenzijde van de deur, op 2 cm boven de dorpel, om slijtage door het openen te voorkomen.

Kijk vervolgens naar de brievenbus. Een standaard klep zonder borstel of magneet veroorzaakt een kier van 2 cm hoog. Vervang de hele bus door een model met een ingebouwde nylon borstel (verkrijgbaar vanaf 25 euro) óf plak een zelfklevende strip aan de binnenzijde van de klep: zorg dat die bij sluiting exact tegen de busrand valt. Test dit met een aansteker langs de rand – als de vlam flakkert, zit de strip te los of te hoog.

Vergeet het luik naar de kruipruimte niet. Vaak is dit een houten paneel met een speling van 5 tot 10 mm. Een goedkopere fix: een rubberen tochtstrip van 10 mm dik, geplaatst op het opstaande randje van de kruipruimte-opening. Dit is geen cosmetische ingreep; het scheelt een constante stroom koude lucht die via de vloerconstructie direct je woonkamer binnenkomt, vooral bij houten vloeren met roosters.

Plaats nooit strips op buitendeuren die in de zon hangen; de warmte vervormt goedkope PVC-strips. Gebruik daar siliconen- of EPDM-varianten met een tolerantie tot -30°C. Voor schuifpuien: plaats een siliconenprofiel in de onderste looprail, maar alleen als je de deur nog soepel kunt schuiven; anders is een opkleefbare harenstrip aan de onderzijde van de bewegende vleugel effectiever.

Meetprotocol en materiaalkeuze

Gebruik een dun vel papier (80g) als meetinstrument. Klem het tussen raam en kozijn, sluit het raam en trek aan het papier. Gaat het er met lichte weerstand door: kies een strip van 6 mm. Glijdt het zonder weerstand: kies 10 mm. Knijp het papier af: kies 4 mm, of repareer eerst het hang- en sluitwerk. Dit protocol is nauwkeuriger dan het inschatten van millimeters met het blote oog.

De grootste fout bij zelfklevende strips is het reinigen van het oppervlak. Ontvet het kozijn met aceton, laat het 5 minuten drogen en verwarm de strip zelf met een föhn tot 40°C voordat je hem plaatst. Zo hecht de strip op hout én op aluminium. Controleer na 24 uur of de strip nog overal vastzit; in 30% van de gevallen laat een hoek los omdat het oppervlak te stoffig was.

LeklocatieKierbreedte (mm)Type stripBesparing (m³ gas/jaar)
Draairaam (per stuk)3-5EPDM zelfklevend5-8
Voordeur onderzijde5-10Drop-seal (aluminium)10-15
Brievenbus15-20Borstelstrip + magneet3-4
Kruipruimte luik5-10Rubber 10 mm (in lijm)6-9
Schuifpui onderrail2-4Siliconen profiel7-11

Richt je tot slot op de aansluiting tussen kozijn en muur. Hier zit geen kier, maar wel een thermische brug. Een strip op deze plek is zinloos; gebruik daar een kit op siliconenbasis in plaats van tochtband. De winst zit hem in het dichten van de beweegbare delen, niet in het isoleren van stilstaande naden. Houd de bestaande ventilatiegaten in slaapkamers altijd vrij – een kierdicht huis zonder ventilatie kost meer schimmel dan energie.

Veelgestelde vragen:

Zit er veel verschil in de aanpak van tochtstrips tussen een jaren 30 woning en een nieuwbouw huis uit 2015?

Ja, dat verschilt behoorlijk. In een jaren 30 woning heb je vaak te maken met kieren bij houten kozijnen, een draaiend raam dat niet meer perfect sluit, of een kier onder de voordeur van wel een centimeter. Daar kun je het beste zelfklevende EPDM-strips of borsteldichtingen gebruiken, die je direct op het raam- of deurkozijn plakt. Bij nieuwbouw uit 2015 zijn de kozijnen strakker en heb je meestal al tochtbanden in het profiel zitten. Daar is het probleem vaker bij de ventilatieroosters of bij de aansluiting van het dak op de muur. In dat geval kun je beter kijken naar het bijstellen van het hang- en sluitwerk, want extra strips kunnen de ventilatie in een kierstand blokkeren. Let ook op: bij oudere huizen moet je eerst controleren of het hout niet vochtig is, anders plakt de strip niet goed. Bij nieuwbouw is het belangrijker om te kijken of er geen condensvorming optreedt achter de strip, omdat de kierstand dan juist nodig is om vocht af te voeren.

Ik lees dat je radiatorfolie achter de verwarming kunt plakken, maar werkt dat ook bij een radiator die tegen een binnenmuur staat, of heeft dat alleen zin bij buitenmuren?

Radiatorfolie werkt alleen zinvol tegen een buitenmuur. Het principe is dat de folie de warmtestraling terugkaatst de kamer in, in plaats van dat die warmte de muur in trekt. Bij een binnenmuur is er geen verschil in temperatuur tussen de ene en de andere zijde, dus er gaat geen warmte verloren aan de buitenlucht. Sterker nog, folie tegen een binnenmuur kan juist nadelig werken: het kan de muur kouder houden dan de rest van de ruimte, waardoor er eerder condensvorming op die muur ontstaat, zeker als er vochtige lucht in huis is. Daarnaast zorgt de folie er ook voor dat de radiator zelf iets minder warm wordt aan de achterkant, maar dat effect is verwaarloosbaar. Als je een radiator tegen een binnenmuur hebt, kun je beter kijken naar het inregelen van je verwarmingssysteem of het gebruiken van een reflecterend paneel dat je 5 cm á 10 cm achter de radiator plaatst. Dat beperkt het verlies van warmte via de beugels en bevestigingspunten, maar het grootste voordeel blijft bij buitenmuren.

Ik wil een tochtstrip onder mijn garagedeur aanbrengen, maar de deur sluit niet overal even goed aan. Welke oplossing werkt daar het beste voor?

Een garagedeur is een lastig punt omdat de onderkant vaak ongelijk is, vooral bij een betonnen oprit die afhelt. Een enkele rechte strip werkt dan niet, omdat er aan de ene kant een kier blijft en aan de andere kant de strip klemt. De beste oplossing is een aluminium dorpelprofiel met een ingebouwde rubberen lip die je op de vloer lijmt, en een aluminium strip die je aan de deur zelf bevestigt. Die lip buigt mee met de oneffenheden en sluit af als de deur dicht is. Let op: als de vloer te veel afhelt, moet je eerst een rechte lat op de vloer monteren om een gelijkmatige basis te creëren. Een goedkopere optie is een kunststof borstelstrip met haren van 50 mm hoog, die je op de deur schroeft. De haren drukken in elkaar en vullen de gaten op. Nadeel is dat ze bij intensief gebruik slijten en dat ze ook wat lucht doorlaten. Naast tocht houdt een borstelstrip overigens muizen tegen, wat bij een garage vaak ook meespeelt. Wil je het echt goed doen, meet dan het hoogteverschil over de hele breedte op en bestel een op maat gemaakte dorpelstrip met een dubbele afdichting, dat kost wat meer maar blijft tien jaar goed.

Mijn zolder is slecht geïsoleerd en ik wil zelf aan de slag. Wat is de simpelste manier om het dak van binnenuit te isoleren zonder dakbeschot te verwijderen?

De eenvoudigste manier is om tussen de daksparren isolatieplaten of rollen van steenwol of glaswol te klemmen. Je meet de afstand tussen de sparren, zaagt de platen iets breder en duwt ze er tussen. Daarna sluit je af met een dampremmende folie en een houten of gipsplaat. Zonder dakbeschot hoef je geen sloopwerk te doen, maar je moet wel controleren of er al een dampopen folie aan de bovenkant zit, vlak onder de pannen. Is die er niet, dan moet je zelf een folie aan de onderkant van de sparren aanbrengen, anders trekt vocht in de isolatie en gaat die rotten. Een alternatief zonder veel bouwstof is om gespoten PUR-schuim direct op het dakbeschot aan te brengen, maar dat is duur en minder goed zelf te doen omdat het gereedschap en de kennis vereist. In de praktijk kiezen de meeste doe-het-zelvers voor rotswol tussen de sparren, omdat dat vergevingsgezind is: je kunt het makkelijk bijknippen en het vult kleine kieren op. Vergeet niet dat je ook de achterkant van de dakkapel en de aansluiting op de muur moet isoleren, anders heb je een koudebrug. De R-waarde van het gebruikte materiaal moet minimaal 3,5 zijn om in aanmerking te komen voor een subsidie, als je daar op rekent. Voor de dampremmer gebruik je bij voorkeur een folie met een ingewerkte aluminiumlaag, die kun je netjes met aluminiumtape afplakken.

We hebben een kruipruimte die vochtig is. Kan ik daar zelf bodemisolatie aanbrengen, of is dat gevaarlijk omdat ik dan vochtproblemen naar de begane grondvloer trek?

Bodemisolatie is juist een effectieve manier om vochtproblemen te verminderen, mits je het goed aanpakt. Je bedoelt waarschijnlijk het aanbrengen van folie op de bodem van de kruipruimte, waardoor het vocht dat uit de grond opstijgt niet meer tegen de vloer condenseert. Dat is veilig zelf te doen, maar je moet wel een paar regels volgen. Je begint met het effenen van de bodem, eventueel een laagje zand erover om scherpe stenen weg te halen. Daarna leg je een PE-folie van minimaal 0,2 mm dik, bij voorkeur dikker, en overlapt de banen minimaal 30 cm. Die overlap plak je af met een speciale tape die bestand is tegen vocht. De folie laat je aan de randen 20 cm omhoog komen tegen de muren. Belangrijk: de kruipruimte moet wel geventileerd blijven, dus je moet de bestaande roosters niet dichtmaken. Als je de folie correct hebt aangebracht, vermindert het opstijgend vocht, je vloer blijft droger en er komt minder vocht in de woning. Het risico op vochtproblemen ontstaat alleen als je de folie niet goed overlapt of als je tegelijkertijd isolatie tegen de onderkant van de vloer plaatst zonder dampremmer aan de warme zijde. In dat geval kan condensvorming plaatsvinden tussen de isolatie en de vloer. Wil je isolatie toevoegen, plaats dan eerst de folie op de bodem en daarna isolatieplaten tegen de vloer. Dat is een zwaardere klus maar nog steeds zelf te doen met een kruipruimte van voldoende hoogte.