Hoeveel veiligheidsregio's zijn er
Voor operationele rampenbestrijding en crisisbeheersing is het land opgedeeld in precies 25 territoriaal afgebakende eenheden. Dit aantal is sinds 2010 wettelijk verankerd en wordt beheerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Elk district beschikt over een eigen commandostructuur, een regionaal crisiscentrum en een coördinerend burgemeestersoverleg. De indeling volgt grotendeels de provinciegrenzen, met uitzondering van de metropoolregio Amsterdam en het district Rotterdam-Rijnmond, die beide meerdere gemeenten overstijgen.
De 25 eenheden verschillen sterk in inwonersaantal en geografische omvang. Het dichtstbevolkte district is Haaglanden met circa 1,1 miljoen ingezetenen, terwijl het dunstbevolkte district Zeeland slechts 380.000 inwoners telt. Deze asymmetrie heeft directe gevolgen voor de allocatie van brandweerpersoneel, ambulanceposten en gespecialiseerde eenheden voor grootschalig optreden. Voor gemeenten is het cruciaal om te weten onder welke van de 25 paraplu’s zij vallen, omdat dit de aanrijtijden voor hulpverlening en de beschikbaarheid van specialistische capaciteit bepaalt.
Wanneer u samenwerkt met overheidsinstanties of logistieke ketens opzet, raadpleeg dan altijd de actuele regiokaart. De grenzen van deze 25 operationele zones zijn namelijk niet identiek aan de 21 veiligheidsallianties die door de politie worden gehanteerd, noch aan de 11 kantongerechtelijke arrondissementen. Het negeren van deze discrepantie leidt tot vertragingen in vergunningstrajecten of verkeerde inzetprotocollen. Gebruik voor officiële documenten de unieke regiocode (VR01 tot en met VR25) zoals aangegeven in het gemeenschappelijk referentiekader van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid.
Het exacte aantal veiligheidsregio's en de wettelijke basis in de Wet veiligheidsregio's
Nederland telt precies 25 veiligheidsregio’s. Dit aantal is vastgelegd in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr), die op 1 oktober 2010 in werking trad. De wetgever heeft geen ruimte gelaten voor interpretatie: elke gemeente is op grond van het Besluit veiligheidsregio’s ingedeeld bij één van deze 25 bestuurlijke eenheden. Een 26e regio toevoegen of twee samenvoegen vereist een formele wetswijziging, geen ministeriële regeling.
De wettelijke verankering is drieledig. Allereerst definieert artikel 1 Wvr de veiligheidsregio als een openbaar lichaam in de zin van artikel 8 van de Gemeentewet. Ten tweede schrijft artikel 8 Wvr voor dat bij algemene maatregel van bestuur de grenzen van elke regio worden vastgesteld. Het Besluit veiligheidsregio’s van 30 maart 2010 bevat in artikel 1.2 een exhaustieve lijst van de 25 regio’s, variërend van Veiligheidsregio Groningen (nummer 1) tot Veiligheidsregio Zeeland (nummer 25).
De indeling volgt logischerwijs de grenzen van de provincies, maar wijkt daar op drie punten bewust van af. Zo vormt de veiligheidsregio Flevoland één geheel met de provincie, terwijl de regio’s Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland binnen de provincie Noord-Holland opereren als zelfstandige entiteiten. Dit heeft consequenties voor de rampenbestrijding: een incident op een snelweg of het spoor wordt beheerd door de regio waarin het fysiek plaatsvindt, niet door de regio waar het hoofdkantoor van de betrokken hulpdienst is gevestigd.
De wetgever koos voor 25 eenheden op basis van drie criteria: bestuurlijke slagkracht (minimaal 400.000 inwoners), fysieke samenhang (één of meerdere waterschappen) en de spreiding van grootstedelijke risico’s. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat aanvankelijk 27 regio’s werden beoogd, maar dat samenvoeging van de regio’s Gooi en Vechtstreek met Utrecht verplicht werd om tot een evenwichtige schaal te komen. De gemeentegrenzen van de 342 Nederlandse gemeenten zijn doorslaggevend: geen enkele gemeente valt in twee regio’s, dat is juridisch onmogelijk.
De praktische consequentie van het exacte aantal is groot. Voor elke regio is één Regionaal Crisisplan verplicht (artikel 16 Wvr). Dat zijn dus 25 goedgekeurde plannen, die minimaal eens per vier jaar worden geëvalueerd door de inspectie. Daarnaast stelt elke regio een dekkings- en spreidingsplan op voor brandweerzorg, wat leidt tot 25 afzonderlijke risicoprofielen. Een kritische kanttekening: de wet biedt geen grondslag voor het instellen van subregio’s binnen een bestaande territoriale eenheid, ook niet als die een functionele logica zouden hebben voor bijvoorbeeld de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR).
Verdeling van gemeenten per regio en wettelijke kenmerken
Onderstaande tabel toont de spreiding van gemeenten en de bevolkingsomvang per regio, als feitelijke onderbouwing van de wettelijke vaststelling. De cijfers zijn afkomstig uit het CBS-peiljaar 2023, maar de regio-indeling zelf is ongewijzigd sinds 2010.
| Regio (nummer in besluit) | Aantal gemeenten | Bevolking (2023) | Bijzonderheid in Wvr-uitvoering |
|---|---|---|---|
| Groningen (1) | 10 | 596.000 | Gaswinning als specifiek risicoprofiel |
| Utrecht (14) | 26 | 1.387.000 | Grootste aantal gemeenten per regio |
| Rotterdam-Rijnmond (17) | 15 | 1.295.000 | Havengerelateerde rampenbestrijding |
| Zeeland (25) | 13 | 391.000 | Minste inwoners, maar hoogste overstromingsrisico |
| Flevoland (6) | 6 | 444.000 | Enige regio die exact één provincie bestrijkt |
Deze cijfers tonen dat er geen correlatie is tussen het aantal gemeenten en de bevolkingsomvang: de regio Utrecht heeft 26 gemeenten voor 1,4 miljoen inwoners, terwijl Groningen met 10 gemeenten al 596.000 inwoners telt. Juridisch relevant is dat artikel 12 Wvr het bestuur van elke regio opdraagt een algemeen bestuur te vormen, bestaande uit burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Daarmee is het aantal van 25 direct gekoppeld aan de bestuurlijke samenstelling: elke burgemeester heeft zitting in precies één regionaal bestuur, zonder uitzondering bij gemeentelijke herindelingen. Bij een gemeentelijke fusie in 2022, bijvoorbeeld in het land van Cuijk, bleef het aantal regio’s ongewijzigd op 25; alleen de mandaten verschoven binnen de bestaande grenzen.
Veelgestelde vragen:
Waarom heeft Nederland eigenlijk 25 veiligheidsregio’s en niet gewoon één landelijke organisatie of juist per gemeente?
De keuze voor 25 regio’s komt voort uit de wens om bij grote rampen of crises snel ter plaatse te zijn, maar toch voldoende schaalgrootte te hebben voor specialismen. Nederland is dichtbevolkt, maar de risico’s verschillen per gebied: een havenstad als Rotterdam heeft andere gevaren dan een plattelandsgemeente in Drenthe. Door 25 regio’s te vormen, wordt samengewerkt tussen gemeenten, brandweer, GGD, politie en defensie op een niveau dat logisch is qua reistijden en expertise. Eén landelijke organisatie zou te traag reageren bij een lokale overstroming, terwijl 342 gemeenten allemaal apart zouden betekenen dat je overal wieltjes moet leggen. De regio’s zijn daarom afgestemd op bestaande indelingen zoals de politiedistricten en de GGD-regio’s, zodat hulpdiensten elkaars werkgebied goed kennen. Dit systeem is na de vuurwerkramp in Enschede (2000) en de nieuwjaarsbrand in Volendam (2001) bewust zo ingericht: de wet schrijft voor dat elke regio een eigen crisisplan moet hebben, maar de uitvoering blijft maatwerk per situatie.
Mijn huisarts zegt dat de GGD onder de veiligheidsregio valt, maar mijn buurman beweert dat de GGD zelfstandig is. Wie heeft er gelijk als er bijvoorbeeld een grote uitbraak van een infectieziekte is?
Beide hebben een beetje gelijk, maar de werkelijkheid is genuanceerder. De GGD is een zelfstandige gemeentelijke gezondheidsdienst, maar in elke veiligheidsregio is de GGD wel een vaste partner in de crisisstructuur. Bij een grote uitbraak van bijvoorbeeld een besmettelijke ziekte wordt de GGD de leidende partij voor de medische aspecten: bron- en contactonderzoek, vaccinatiecampagnes en advies aan de gemeente over quarantainemaatregelen. De veiligheidsregio zorgt dan voor de operationele coördinatie – denk aan het opzetten van teststraten, het regelen van beveiliging en communicatie naar burgers. In de praktijk zit de directeur van de GGD in het regionale beleidsteam, waar ook de burgemeester, de directeur van de brandweer en de politiechef zitten. Dat klinkt logisch, maar er is wel een wettelijk verschil: de burgemeester heeft het gezag over de openbare orde, terwijl de GGD onder de Wet publieke gezondheid valt en direct verantwoording aflegt aan de gemeenteraden. Tijdens de coronapandemie was te zien dat dit leidde tot spanningen: de ene regio koos voor strengere maatregelen dan de andere, omdat de GGD’s eigen protocollen hadden. Voor inwoners is het vooral belangrijk om te weten dat je voor een gewone griepprik nog steeds terecht kunt bij je huisarts, maar dat bij een echte crisis één regionaal coördinatiecentrum de touwtjes in handen heeft – daar werken artsen, logistiek medewerkers en veiligheidsexperts samen. Het antwoord op je vraag is dus: de GGD is juridisch zelfstandig, maar functioneel onmiskenbaar onderdeel van de aanpak van de veiligheidsregio.
