logotype

Inlogformulier

Regenton aansluiten op de regenpijp

Regenton aansluiten op de regenpijp

Regenton aansluiten op de regenpijp

Regenton aansluiten op de regenpijp

Plaats een regenwaterscheider minimaal 30 centimeter boven de bovenrand van uw opslagvat. Dit voorkomt dat vuil en bladeren uit de dakgoot direct in het reservoir terechtkomen. Gebruik bij voorkeur een kunststof buis met een diameter van 80 millimeter en een verloopstuk naar de 60-millimeteraansluiting van uw verzamelcontainer. Zonder deze tussenoplossing raakt het bezinksel snel verstopt en ontstaat er een onaangename geur na enkele weken.

Zaag de verticale afvoerleiding door op een hoogte van circa 15 centimeter boven de bovenzijde van de opslagtank. Monteer vervolgens een afvoerbocht van 90 graden richting het reservoir. Voorzie de opening van een fijnmazig gaas of een speciale filterkorf met een maaswijdte van maximaal 1 millimeter. Dit blokkeert mosdeeltjes en kleine diertjes, terwijl het regenwater ongehinderd doorstroomt. Een overstortstuk is onmisbaar: bij hevige buien stroomt het overtollige water via een tweede uitlaat gewoon verder de riolering in.

Bevestig de horizontale verbindingsbuis met een val van 2 centimeter per meter richting de put. Dit garandeert een snelle afvoer en voorkomt dat er water blijft staan in de leiding, wat vorstschade kan veroorzaken. Gebruik voor de aansluiting op het reservoir een flexibele rubberen manchet met roestvrijstalen slangklemmen. Deze dempen trillingen en vereenvoudigen het loskoppelen bij onderhoud. Isoleer het buisgedeelte dat buiten de muur loopt met 13 millimeter dikke EPDM-schuimrubber, speciaal ontwikkeld voor buitentoepassingen.

Zorg dat de bodem van het reservoir minimaal 10 centimeter hoger ligt dan de laagste uitlaat van het dakgootsysteem. Controleer dit met een waterpas. Is het hoogteverschil onvoldoende, plaats dan een verhoging van betonplaten of een stevig houten onderstel. Een te lage positie leidt tot terugstroming en een verminderde capaciteit. Test het systeem na montage door tijdelijk een tuinslang in het bovenste deel van de afvoerbuis te houden. Zo simuleert u een stortbui en ziet u direct of alle koppelingen waterdicht zijn.

De juiste diameter en het type regenpijp-aansluiting voor jouw dakgoot meten

Meet altijd de buitenmaat van de verticale afvoerbuis met een schuifmaat of meetlint; dit is de meest betrouwbare methode. Een standaard Nederlandse dakgoot heeft een buisdiameter van 80 mm of 100 mm, maar oudere woningen gebruiken vaak 75 mm. Houd er rekening mee dat de maten van kunststofbuizen (PVC) afwijken van die van gietijzer of zink: een PVC-buis van 80 mm heeft een buitenmaat van 80 mm, terwijl een gietijzeren buis van 80 mm een buitenmaat van 88 mm kan hebben. Noteer de exacte millimeters, want een verschil van 5 mm maakt een waterdichte verbinding onmogelijk zonder verloopstuk.

Voor een haakse overgang van de horizontale goot naar de verticale afvoer gebruikt u een insteekmof of een zelfsnijdende verbinding (ook wel knelkoppeling genoemd). Bij een ronde buis van 100 mm is een standaard mof met rubberen ring het meest waterdicht, terwijl een vierkante goot (bijvoorbeeld 80×80 mm) een speciale vierkant-rond adapter vereist. Controleer of de bovenzijde van de buis een zogenaamde "kraag" heeft; zo ja, dan zit er al een vergrote opening van 110 mm op. Plaats in dat geval direct een verloopbus van 110 naar 80 mm, want anders ontstaat er een kier van 10 mm aan alle zijden.

De hellingshoek van de dakgoot bepaalt mede welk type aansluitstuk geschikt is. Bij een goot met een valpijp aan het einde van een rechte loop is een 87-graden bocht (ook wel 90-graden bocht met een kleine aftopping) de standaard. Zit de goot echter aan beide zijden van de aansluiting, dan kiest u voor een zogenaamd "middelstuk" met twee instroomopeningen, die in een hoek van 45 graden op de centrale afvoer uitkomen. Deze hoek voorkomt turbulentie en zorgt dat bladeren niet ophopen op het kruispunt. Een rechte aansluiting zonder bocht (loodrecht) is alleen functioneel bij een platte dakinrichting, en vereist dan een inbouwflens met een rubberen slab over de dakbedekking.

Draai de verbinding nooit strakker aan dan handvast als het om een knelkoppeling met kunststof ring gaat; een momentsleutel van 5 Nm is de maximale waarde. Voor een gelijmde PVC-verbinding (solventlijm) moet de buis eerst worden afgeschuind met een vijl tot 15 graden, en het oppervlak worden ontvet met een reiniger. Gebruik bij een overgang van 80 mm naar 100 mm een verloopstuk met een getrapte binnenrand – dit type heeft een ingebouwde aanslag die voorkomt dat de kleinere buis er te ver inschuift. Meet na montage de effectieve doorlaat op: steek een dop van 90 mm erin; als die blokkeert, is de inwendige diameter te klein voor piekbuien. Monteer bij twijfel een vergroot hulpstuk, want het vervangen van een ingemetselde buis kost 40 minuten tot 3 uur, afhankelijk van het metselwerk.

Een gat zagen in de regenpijp: zo plaats je een regenwaterschelp of inschuifstuk zonder te lekken

Een gat zagen in de regenpijp: zo plaats je een regenwaterschelp of inschuifstuk zonder te lekken

Markeer eerst het boorgat met een waterpas en een potlood op exact de gewenste hoogte; gebruik een gatenzaag van 52 mm voor een standaard regenwaterschelp van 50 mm, maar controleer de pakkingdiameter van jouw specifieke model, want die varieert van 48 tot 60 mm. Zaag altijd van buiten naar binnen onder een hoek van 5 graden naar beneden, zodat het overtollige water niet langs de buis naar de fundering loopt, maar direct de schelp in wordt geleid. Ontbraam daarna het gat grondig met een halfronde vijl of schuurpapier korrel 120, zowel aan de buiten- als binnenzijde, omdat elke braam of scherpe rand de rubberen afdichting beschadigt en onvermijdelijk tot capillair lekken leidt. Breng voor het plaatsen een dunne laag montagekit (bij voorkeur MS-polymeer, geen siliconen) aan op de binnenzijde van de rubberen manchet van de schelp; dit vult microscopisch kleine oneffenheden van de kunststof buis op en garandeert een waterdichte verbinding, zelfs bij thermische uitzetting van het PVC.

Schuif de regenwaterschelp of het inschuifstuk met een draaiende beweging in het gat totdat de lip volledig tegen de buiswand rust; forceer niet, maar gebruik een smeerolie op siliconenbasis als de passing te strak is, want anders knikt de rubberen pakking en ontstaat er een onzichtbare opening. Draai de borgmoer aan de binnenzijde met de hand vast totdat het rubber 2 tot 3 millimeter uitpuilt, en draai daarna nog een kwartslag met een waterpomptang, maar niet meer, omdat overmatige druk het membraan vervormt en de afdichting juist verslechtert. Laat de kit 24 uur uitharden voordat je water door de leiding laat stromen, en test de verbinding door een emmer water bovenaan de buis te gieten; inspecteer daarbij niet alleen het gat zelf, maar ook de onderzijde van de pijp, want een lekkage manifesteert zich vaak pas na enkele minuten als een druppel die langs de binnenwand naar beneden sijpelt. Voor een inschuifstuk met een horizontale uitloop geldt dezelfde procedure, maar zorg dat de afvoerbuis onder een helling van minimaal 2 procent ligt, zodat er nooit water blijft staan tegen de zaagrand; een stilstaande waterkolom van meer dan 5 centimeter hoog oefent namelijk een hydrostatische druk uit die zelfs de beste rubberverbinding na verloop van tijd kan openen.

Veelgestelde vragen:

Hoe weet ik of mijn regenpijp geschikt is om een regenton op aan te sluiten, en welke diameter moet ik meten?

Je moet eerst de buitendiameter van je regenpijp opmeten, niet de binnendiameter. De meest voorkomende maten in Nederland zijn 50 mm, 63 mm en 75 mm (PVC). Gebruik een rolmaat of schuifmaat en meet op een punt waar geen verzakking of beschadiging zit. Pijpen van gietijzer of asbestcement hebben vaak een afwijkende diameter (bijv. 70 mm) en zijn harder om op aan te sluiten. Als je een vierkante of platte regenpijp hebt (bijv. 60x60 mm), dan heb je een speciale platte regenton-aansluiting nodig. Controleer ook of de pijp recht naar beneden loopt en niet in een bocht zit op de plek waar je wilt afkoppelen. Meet op minimaal 30 cm boven de grond en maximaal 1 meter, want daar is de aansluiting makkelijkst te plaatsen en blijft er genoeg ruimte voor de ton.

Ik heb een regenpijp die verticaal loopt en wil daar een regenton op aansluiten. Moet ik de pijp altijd afzagen, of zijn er ook alternatieven zonder te zagen?

U hoeft de regenpijp niet per se af te zagen. Er zijn twee gangbare methodes. De eerste is de klassieke aanpak: u zaagt een stuk uit de verticale pijp en plaatst een zogenaamde regenpijp-aansluiting (een T-stuk of een kantelbaar koppelstuk) tussen de twee uiteinden. De tweede methode is een "regenpijp-verdeler" of "knikstuk met afvoer" die u over de buitenkant van de pijp schuift, zonder te zagen. Dit type heeft een rubberen manchet die u vastdraait met een inbussleutel. Het voordeel is dat u de pijp intact laat, maar het nadeel is dat zo'n klem minder waterdicht is bij hevige regenval. Voor een definitieve, lekvrije oplossing is zagen en een vast T-stuk aanbrengen betrouwbaarder, vooral als de pijp van gietijzer of hard PVC is gemaakt.

Mijn regenpijp loopt schuin (onder een hoek van 45 graden) langs de muur naar beneden. Kan ik daar ook een regenton op aansluiten, en zo ja, hoe zorg ik dat het water niet terugstroomt of over de rand spat?

Een schuine regenpijp is lastiger, maar niet onmogelijk. Het grootste probleem is dat het water met snelheid door de bocht komt en bij de aansluiting kan opspatten. U kunt het beste een speciaal "regenpijp-verloopstuk voor schuine buizen" gebruiken dat een geïntegreerde overloopkamer heeft. Deze vangt het water op en voert het rustig via een flexibele slang naar de ton. Een tweede aandachtspunt is de bevestiging: zorg dat de aansluiting minimaal 10 centimeter boven de rand van de ton uitkomt, en gebruik een rubberen ring of afdichtingskit op de overgang. Als uw ton geen deksel heeft, plaats dan een spatdeksel of een fijnmazig rooster. Let bovendien op dat u geen knik in de slang maakt, want dat veroorzaakt terugdruk en lekkage bij de koppeling. Test het systeem met een emmer water voordat u de boel definitief vastzet.

De regenton die ik heb gekocht heeft een aansluitnippel van 19 mm (3/4 inch), maar mijn regenpijp is 110 mm breed. Welke adapters heb ik nodig en hoe voorkom ik dat er bladeren in de ton komen?

U hebt een combinatie van twee adapters nodig: eerst een verloopstuk van 110 mm naar 50 mm (dat is de standaard afvoermaat voor regenwater), en dan een tweede verloopstuk van 50 mm naar 19 mm die u op de nippel van de ton schroeft. Maar let op: een ton met zo'n kleine nippel vult zich erg langzaam, omdat de doorstroomopening beperkt is. Een betere optie is om een "regenpijp-aansluitdoos" te monteren die een grote opening (ongeveer 40 mm) heeft en voorzien is van een overloopbeveiliging. Voor bladeren plaatst u een bladfilter in de regenpijp, vlak waar het water de aansluiting ingaat. Dit is een gaasje of een inzetstuk met fijne gaatjes dat u elke paar weken schoonmaakt. Een simpelere oplossing is een panty of een fijnmazig net over de ingang van de ton spannen, maar dat verstopt sneller. Als u kiest voor de kleinere adapter, overweeg dan een tweede ton te koppelen via een slang, anders loopt de eerste ton over bij een flinke bui.

Ik woon in een jaren-30 huis en de regenpijp is van gietijzer, heel dik en geverfd. Kan ik daar zomaar een kunststof aansluiting opzetten, of moet ik speciale materialen gebruiken?

Gietijzer is hard en broos, en een kunststof klem die u eroverheen schuift, zal niet goed afdichten vanwege de onregelmatige vorm van het oude metaal. U kunt het beste een rubberen overgangsmof gebruiken die speciaal voor gietijzer is gemaakt – deze zijn flexibel en vangen oneffenheden op. De mof heeft een kunststof buitenkant waarop u dan een standaard PVC-buis aansluit. Belangrijk: schuur de gietijzeren pijp op de plek waar de mof komt licht op met grof schuurpapier (korrel 60) en ontvet die plek met een ontvetter of aceton. Een andere aanpak is om een stuk van het gietijzer af te zagen met een slijptol en een kunststof T-stuk met een zogenaamde "krimpkoppeling" (met hitte krimpende rubberen huls) te plaatsen. Die verwarmt u met een brander, waardoor de huls strak om het ijzer en het kunststof trekt. Dit is klusgevoelig, want u mag het gietijzer niet laten barsten door hitte – houd de vlam constant in beweging. Als u twijfelt, laat dit specifieke stuk door een loodgieter doen, want een lekkage hier leidt snel tot vochtplekken op de muur.