logotype

Inlogformulier

Warmteverlies via ramen voorkomen

Warmteverlies via ramen voorkomen

Warmteverlies via ramen voorkomen

Warmteverlies via ramen voorkomen

Controleer eerst of uw huidige beglazing wel een U-waarde onder 1,1 W/m²K haalt. Is dat niet zo, dan stroomt er per vierkante meter glas jaarlijks tot 200 kubieke meter aardgas aan warmte verloren. Vervang enkel glas of verouderd dubbel glas door triple beglazing met een warme rand; dit levert direct een besparing op van 60 tot 70 procent op transmissieverliezen. Let daarbij op de afstandhouders: aluminium randen geleiden kou, terwijl kunststof of roestvrijstalen randen de temperatuur aan de glasrand tot 5 graden hoger houden.

Heeft u al HR++ glas, dan zit de winst vaak in de montage. Een slecht afgedichte spouw tussen kozijn en glasplaat veroorzaakt meer tocht dan het glas zelf. Breng elastische EPDM-afdichtingen aan in plaats van kit; die blijven flexibel bij temperatuurschommelingen. Meet na het plaatsen met een rookpotje of er nog luchtstromen voelbaar zijn. Een kier van 2 millimeter rond een standaard raam van 1,5 m² zorgt voor een even groot energieverlies als een openstaand ventilatierooster van 40 cm². Dicht dus elke naad met een schuimband op maat.

Vergeet de isolatie van glaslatten en sponningen niet. Veel warmte ontsnapt niet door het glasoppervlak, maar via het onzichtbare kozijnhout. Plaats achter de beglazing een reflecterende folie met een laag warmtestraling van 0,05. Dit blokkeert radiële warmteoverdracht. Combineer dit met een inblaasisolatie van minerale wol in de spouw achter de kozijnen. Praktijkmetingen tonen aan dat deze maatregel de oppervlaktetemperatuur aan de binnenzijde van het glas met gemiddeld 6,8 °C verhoogt bij -10 °C buiten. Daardoor stroomt minder energie weg en voorkomt u tegelijk condensvorming op de ruit.

Kierdichting en tochtstrips: waar plaats je ze voor maximaal rendement?

Kierdichting en tochtstrips: waar plaats je ze voor maximaal rendement?

Begin bij de bovenste draaiende delen van je kozijn. Uit onderzoek van TNO blijkt dat 80% van de kierverliezen ontstaat aan de boven- en zijkanten van het raamhout, niet aan de onderdorpel. Plaats daarom een EPDM-paardenstrip in de sponning, niet op het glas zelf. Dit levert een reductie van het warmteverlies door infiltratie op van 40 tot 60%, afhankelijk van de winddruk op de gevel.

De onderdorpel vraagt om een andere aanpak. Hier komt het meeste regenwater bij, dus een massieve strip werkt averechts. Gebruik een aluminium-profiel met een borstel of een siliconen-lip die water afvoert maar lucht tegenhoudt. Een harde PVC-strip op deze plek veroorzaakt na één seizoen scheuren in het hout door uitzettingsverschillen; de kier wordt dan groter dan ooit.

Meten is weten: steek een vloeiveller of een waxinelichtje langs de kozijnen bij harde wind. De echte lekken zitten op de overgangen tussen kozijn en muur, niet alleen in het draaiende deel. Een kier van 2 millimeter op een hoogte van 1,5 meter staat gelijk aan een openstaande kier van 3,5 centimeter aan de onderkant. Die plek pak je aan met een zelfklevende silicone-strip op de dagkant, precies waar het kozijn het metselwerk raakt.

Voor draaiende ramen die regelmatig open gaan, kies je voor een magneetstrip. Die sluit niet alleen langs de rand, maar trekt het raam ook gelijkmatig naar het kozijn toe. Dit voorkomt puntdrukkingen die andere strips veroorzaken na verloop van tijd. Monteer de magneetstrip aan de binnenkant van de sponning, op 5 millimeter van de buitenrand. Zo blijft de afdichting intact, zelfs als het hout iets uitzet of krimpt.

De bovenste scharnierzijde is vaak de blinde vlek bij renovaties. Mensen plaatsen strips op de sluitzijde en vergeten dat de tocht juist via de scharnieren binnenkomt. Gebruik hier een dunne, flexibele siliconen-slangstrip die in het bestaande sponninggat schuift, zonder dat je het raam hoeft te demonteren. Een kierdichting op deze plek levert gemiddeld 15% meer rendement op dan alleen het behandelen van de sluitkant.

Controleer bij Kiel- of T-vormige sponningen of de strip niet te dik is; een te harde compressie duwt het raam uit zijn haakse stand. De meetlat is eenvoudig: sluit het raam en probeer een papiertje van 0,1 millimeter dik tussen strip en kozijn te trekken. Gaat dat met lichte weerstand, dan zit de strip goed. Trekt het papiertje er zonder kracht uit, dan is de strip te dun of zit hij op de verkeerde diepte.

Speciale aandacht verdienen de vastgezette bovenlichten die je nooit opent. Daar hoef je geen dure strips te plaatsen; een zelfklevende PVC-schuimstrip op het glaslat-profiel volstaat. Maar let op: dit type verliest na 5 jaar zijn elasticiteit. Vervang het tijdig, want een verharde strip laat meer lucht door dan een open kier, omdat het de natuurlijke ventilatie tussen binnen- en buitenspouw blokkeert.

Tot slot: de overgang naar de vensterbank. Hier zit vaak een kier van 3 tot 5 millimeter, onzichtbaar voor het oog maar meetbaar met een rookpen. Plaats een aluminium hoekprofiel met een EPDM-lip die het raamhout raakt, niet de bank zelf. Zo blijft de kierdichting functioneel bij temperatuurschommelingen en voorkom je dat condensvocht achter de strip blijft staan. Dit is de meest over het hoofd geziene plek, terwijl de warmteverlies via deze kier juist extra groot is omdat de luchtstroom direct naar de vloer zakt.

Veelgestelde vragen:

Mijn woning heeft veel glas op het zuiden. In de winter voelt het bij de ramen altijd koud, ook al staat de verwarming aan. Komt dat door enkelglas of kan het ook aan de kierstand liggen? En wat is de beste eerste stap om dit aan te pakken zonder direct alle ramen te vervangen?

De kou die u bij het glas voelt, heeft twee hoofdoorzaken. Ten eerste is er het warmteverlies door geleiding: enkelglas heeft een U-waarde van ongeveer 5,8 W/m²K, wat betekent dat er per vierkante meter glas bij een temperatuurverschil van 20 graden ruim 100 watt aan warmte verloren gaat. Ten tweede is er koudeval: de koude luchtlaag bij het raam zakt naar beneden en zorgt voor een onaangename luchtstroming op de vloer. De kierstand (tocht langs het raam) versterkt dit effect, omdat er dan ook nog buitenlucht naar binnen komt. De eerste stap is meestal het plaatsen van tochtstrips rond het raamkozijn. Dit kost weinig tijd en geld, maar kan het comfort flink verbeteren. Daarna is het aanbrengen van isolerend raamfolie of een voorzetraam aan de binnenzijde een goede volgende maatregel. Hiermee verlaagt u de U-waarde naar ongeveer 2,7 – 3,0 W/m²K, wat het warmteverlies bijna halveert. Pas als deze opties ontoereikend zijn, wordt het vervangen van het glas door HR++-glas (U-waarde 1,1) of triple glas (0,6 – 0,7) zinvol. Let op: bij HR++ en triple glas moet u wel rekening houden met de glasdikte en het gewicht van het kozijn; niet elk kozijn is hierop berekend.

Ik heb overal HR++-glas laten plaatsen, maar heb nog steeds koude voeten bij het raam op de begane grond. De ramen zelf voelen niet koud, maar de vloer ernaast is ijskoud. Wat kan ik hier nog aan doen?

Dit fenomeen wordt veroorzaakt door koudeval, ook al heeft u goed isolerend glas. Zelfs bij HR++-glas is de temperatuur van het glasoppervlak in de winter nog een paar graden lager dan de rest van de kamer. De lucht die langs dit glas koelt, wordt zwaarder en zakt naar beneden, waar het zich over de vloer verspreidt. Een thermometer op de vloer kan gemakkelijk 3 tot 5 graden lager aangeven dan op heuphoogte. De oplossing zit niet in nog beter glas, maar in het doorbreken van die koude luchtstroom. Een convectorkast of een convectorput voor het raam is een klassieke aanpak: de koude lucht die naar beneden valt, wordt aangezogen, langs een verwarmingselement geleid en warm weer de kamer in geblazen. Als u vloerverwarming heeft, kunt u die iets sterker zetten bij het raam, maar dat kost relatief veel energie omdat de warmte direct door het glas wegstraalt. Een goedkopere oplossing is het plaatsen van een radiator of een elektrische plintverwarming direct onder het raam. Daarnaast helpt een gordijn of een lamellenwand op 10 tot 15 centimeter afstand van het glas om de luchtlaag tegen het raam te isoleren. Zorg er wel voor dat het gordijn niet strak tegen het glas hangt; dan ontstaat er juist condensatie op het glas. Een specifiek detail: bij HR++-glas met een warmte reflecterende coating aan de binnenzijde is het glasoppervlak zelf minder koud, maar de coating werkt alleen goed als er vrije ruimte is tussen het glas en een eventueel gordijn. Houd die ruimte dus open.