logotype

Inlogformulier

Windschermen in de tuin installeren

Windschermen in de tuin installeren

Windschermen in de tuin installeren

Windschermen in de tuin installeren

Plaats allereerst een winddoek van polycarbonaat met een dikte van minimaal 8 millimeter. Dunnere platen gaan na twee tot drie seizoenen klapperen in de beugels en verliezen hun vormvastheid. Kies voor een reliëfstructuur aan één zijde; dat breekt de luchtstroom effectiever dan een volledig glad oppervlak en reduceert turbulentie tot 40% meer dan een massieve schutting.

Bevestig de panelen niet direct aan een bestaande schutting, maar gebruik vrijstaande palen van 70 millimeter dik gegalvaniseerd staal, geplaatst in betonvoeten van 60x60x60 centimeter. Een diepe verankering is noodzakelijk: bij een paneelhoogte van 180 centimeter boven de grond moet minimaal 80 centimeter van de paal in de bodem verdwijnen. Houd rekening met een windbelasting van 0,8 kN/m² in kustgebieden; dat betekent dat u de palen om de 1,5 meter moet plaatsen, niet wijder.

Zorg voor een kier van 10 tot 15 centimeter tussen de onderrand van het paneel en de bestrating. Die spleet voorkomt dat de wind onder het scherm wordt gedrukt en een zuigend effect creëert aan de lijzijde. Dit verlaagt de druk op de constructie met circa 30% en voorkomt dat planten direct achter het scherm omwaaien door valwinden. Gebruik tochtborstels of rubberprofielen in de verticale verbindingen tussen panelen om fluiten en ratelen bij windsnelheden boven 30 km/u te elimineren.

Kies voor een lamellenconstructie met draaibare kleppen als u een flexibele oplossing zoekt. Met een kantelmechanisme van 0 tot 90 graden regelt u de luchtstroom in de zomer, terwijl u in de herfst de lamellen sluit om stormvlagen te weren. Monteer het draaipunt aan de bovenkant en niet in het midden; dat vermindert de kracht die nodig is om de kleppen te bedienen met 60% en voorkomt dat zand of bladeren de scharnieren blokkeren. Dit type wand is duurder in aanschaf, maar verlengt de levensduur van het systeem tot meer dan twintig jaar zonder vervorming.

De juiste ondergrond voorbereiden: fundering en ankerpunten voor windschermen

De juiste ondergrond voorbereiden: fundering en ankerpunten voor windschermen

Begin met een grondige sondering van de bodem tot een diepte van minimaal 80 centimeter. Bij los zand of klei moet je rekenen op een betonvoet van 40x40x60 centimeter per staander, terwijl bij stabilisé of bestaande bestrating een smaller formaat van 30x30x50 centimeter volstaat. Een paal die niet dieper dan 60 centimeter is ingebetonneerd, kantelt bij een windkracht 8 ongeacht de dikte van het paneel.

Boor gaten met een grondboor van 25 centimeter diameter, niet groter. Grotere diameters vergen onnodig veel beton en vergroten het risico op zettingen door vorst. Plaats een drainagebuis van 10 centimeter onder het betonblok om waterafvoer te garanderen; stilstaand water rond de voet verzwakt het ankerpunt na twee tot drie jaar aanzienlijk.

Voor een vrijstaand scherm van 180 centimeter hoog en 300 centimeter breed geldt een vuistregel: het ankerpunt moet minstens een derde van de paallengte onder het maaiveld liggen. Reken concreet: een paal van 270 centimeter totaal gaat 90 centimeter de grond in. Dit is niet onderhandelbaar bij windrijke kustlocaties of open velden.

  • Gebruik betonklasse C20/25 met een maximale korrelgrootte van 16 millimeter.
  • Veranker stalen voetankers met vier M12-keilbouten, elk met een treksterkte van minimaal 12 kN.
  • Voor houten palen: kies voor verzinkte paalankers, geen direct grondcontact van onbehandeld hout.

Bij bestaande terrassen of bestrating zaag je eerst een sparing van 5 centimeter ruimer dan de paaldoorsnede. Vervolgens verwijder je de tegels, graaf je 70 centimeter diep en stort je een voet die twee weken moet uitharden voordat je de paal monteert. Het vervangen van één tegel achteraf is eenvoudiger dan het repareren van een gescheurde plaat.

Alternatief: gebruik grondankers van het type schroefpaal met een minimale lengte van 120 centimeter en een schroefblad van 300 millimeter diameter. Deze draai je met een hefboom of machine de grond in, zonder beton. De draagkracht is direct beschikbaar en bedraagt circa 15 kN per anker, mits je de grond vooraf controleert op keien of wortelresten die de schroef kunnen blokkeren.

  1. Markeer de paalposities met een laserwaterpas en meet de diagonalen; een afwijking van meer dan 5 millimeter zorgt voor scheefstand van het gehele paneel.
  2. Stort beton in één keer aan, verdicht met een trilnaald en laat het oppervlak aflopend afwerken zodat regen wegloopt.
  3. Wacht minimaal 7 dagen voordat je de dwarsbalken bevestigt; eerder belasten veroorzaakt microscheuren in het beton.

Controleer de haaksheid met een digitale hoekmeter na elke uithardingsfase. Zelfs een afwijking van 2 graden maakt de constructie instabiel en versnelt slijtage van de bevestigingsmaterialen. Monteer bovenop de betonvoet een roestvrijstalen voetplaat van 10 millimeter dik, die je eerst vastlijmt met chemisch anker en daarna pas vastschroeft. Dit voorkomt galvanische corrosie tussen het beton en de metalen paalvoet, een veelvoorkomende oorzaak van losse ankerpunten na vijf jaar.

Voor hellende terreinen pas je de funderingsdiepte per paal apart aan: het laagste punt krijgt 15 procent extra betonvolume, het hoogste punt 10 procent minder. Werk met een waterpaslat van 2 meter om het hoogteverschil te bepalen. Als laatste stap verzegel je elke paalvoet met een bitumineuze coating tot minimaal 15 centimeter boven het maaiveld, waarmee je de kritieke zone tegen optrekkend vocht volledig afsluit.

Veelgestelde vragen:

Kan ik een windscherm zelf plaatsen of moet ik een professional inhuren?

Het hangt vooral af van het type windscherm en de ondergrond. Een vrijstaand windscherm met voetstukken of een model dat je in grondankers schuift, kun je met een boormachine en een waterpas prima zelf zetten. Bij een windscherm dat je aan een bestaande muur of schutting bevestigt, heb je geschikt bevestigingsmateriaal nodig (bijv. roestvrijstalen pluggen voor steen of beton) en moet je rekening houden met windbelasting. Een windscherm van glas of met een groot zeiloppervlak vraagt om een stevige fundering; dan is het verstandig om een aannemer of hovenier te vragen om paalbalken of een strook fundering te storten. Ook als je grond erg zanderig of juist klei-achtig is, kan een specialist beter inschatten hoe diep je de palen moet plaatsen om verzakking te voorkomen.

Welke materialen zijn het meest geschikt voor een windscherm in een tuin met zoute zeelucht?

In een kusttuin heb je te maken met zout en vochtigheid die veel materialen aantasten. Hout zoals hardhout (bijv. eiken of azobé) heeft onderhoud nodig: elk jaar oliën of beitsen, anders ontstaan scheuren en grauwe plekken. Geanodiseerd aluminium is beter bestand tegen corrosie dan gecoat staal, maar let op dat de coating op de snijranden niet beschadigt. Kunststof of composiet (houtvezel met kunststof) is vrijwel onderhoudsvrij en kan goed tegen zout, maar kan na jaren verkleuren of bros worden bij felle zon. Gehard glas met een poedercoating op de aluminium profielen is een duurzame keuze, maar glas moet wel regelmatig met schoon water worden afgespoeld, anders laat zoutaanslag vlekken achter die na verloop van tijd in het glas kunnen etsen. Een zeildoek van PVC of acryl is licht en flexibel, maar het doek moet je in de winter demonteren, anders tast het zout de stiksels en het oogmateriaal aan.

Hoe hoog mag een windscherm zijn zonder dat ik een bouwvergunning nodig heb?

De regels verschillen per gemeente, maar er zijn algemene richtlijnen in het omgevingsplan. Voor een erfafscheiding achter de voorgevelrooilijn geldt meestal een maximale hoogte van 2 meter. Een windscherm dat als bouwwerk wordt aangemerkt (bijv. een vast frame met glas of hout) valt onder deze grens. Een losstaand scherm op wieltjes of een tijdelijk zeil dat je met haringen vastzet, wordt vaak niet als bouwwerk gezien, maar de gemeente kan het wel alsoverbouwwerk beschouwen als het langer dan een paar weken staat. In een voor- of zijtuin of bij een hoekperceel geldt vaak een lagere hoogte (bijv. 1 meter). Het kan ook zijn dat je in een beschermd stads- of dorpsgezicht woont; dan is elk scherm boven 1 meter vergunningsplichtig. Check de website van je gemeente of het omgevingsloket online. Je kunt ook een principeverzoek indienen voordat je gaat bouwen.

Mijn tuin ligt op het westen en de wind komt vooral ’s middags. Welke vorm of stand van het scherm werkt het beste?

Een windscherm blokkeert de wind niet volledig, maar leidt de luchtstroom om. Een verticaal scherm op 1 tot 1,5 meter afstand van het terras zorgt voor een luwtezone die twee tot drie keer zo lang is als de hoogte van het scherm. Zet het scherm niet haaks op de overheersende windrichting, maar onder een hoek van 45 graden. Zo voorkom je dat er turbulentie achter het scherm ontstaat die juist sterke wervelwinden veroorzaakt. Een windscherm met lamellen of een halfopen structuur (bijv. houten latten met 1 cm tussenruimte) breekt de wind minder hard maar verdeelt de luchtdruk beter over een groter oppervlak. Daardoor is het scherm stabieler en blijft de luchtcirculatie rustiger voor planten. Een massief scherm (glas, vol hout) geeft directe luwte, maar creëert aan de randen veel turbulentie. Plaats het scherm met de volle kant richting de wind, en zet het ongeveer 30 cm boven de grond vrij, zodat de wind eronder kan ontsnappen. Anders kan de wind onder het scherm door grijpen en het doen kantelen.

Wat is het verschil in windweerstand tussen een glazen windscherm en een stoffen windscherm qua stabiliteit?

Een glazen windscherm heeft een groot massa en een stijf oppervlak. Bij windkracht 6 of hoger kan het scherm gaan trillen als het niet stevig is verankerd. Het gevaar is dat de winddruk niet gelijkmatig over het glas wordt verdeeld; de hoeken en de bovenrand krijgen extra belasting. Daarom moet een glazen scherm altijd worden gezet in een fundering of met zware betonvoeten. Een stoffen scherm (bijv. een winddoek van polyester met kijkgaas of een zeil met ogen) is flexibel en kan wat meegeven bij vlagen. De winddruk wordt gedeeltelijk geabsorbeerd, maar het doek bolt uit en de palen krijgen een trekkracht aan de basis. Je moet het doek dan nauwkeurig opspannen met beugels of spanbanden, anders fladdert het en maakt het veel lawaai. In de praktijk is een goed gespannen stoffen scherm veiliger bij korte zware windstoten, omdat het geen harde klap op de constructie geeft. Voor een langdurige storm is een glazen scherm met een aluminium onderconstructie en een gehard glas van minimaal 8 mm meestal duurzamer, maar dan moet de fundering vorstvrij zijn aangelegd. Een goedkopere optie is een combinatie: een onderpaneel van glas (vast) en een bovenpaneel van stof dat je bij harde wind kunt oprollen.