logotype

Inlogformulier

Schaduw creren in de tuin

Schaduw creren in de tuin

Schaduw creëren in de tuin

Schaduw creëren in de tuin

Kies voor een walnoot (Juglans regia) of een gewone hazelaar (Corylus avellana) als je binnen drie tot vijf jaar een dichte bladerlaag op ooghoogte wilt hebben. Een volwassen walnoot werpt een schaduwdichtheid van 80 tot 90 procent op de onderliggende bodem, terwijl een esdoorn (Acer pseudoplatanus) dat pas na twintig jaar haalt. Zet de boom op minimaal zes meter afstand van het terras; de kroon groeit namelijk vier tot zes meter in diameter. Combineer dit met een treurwilg (Salix sepulcralis) op een vochtige plek – die geeft al na twee jaar een effectieve filter tegen de middagzon, mits je hem jaarlijks snoeit.

Voor smalle stroken langs een muur is een leiboom de snelste oplossing. Een haagbeuk (Carpinus betulus) als geleideboom vraagt slechts 30 centimeter breedte, maar biedt na drie groeiseizoenen een dichte wand van 2,5 meter hoog. Bevestig horizontale draden op 40, 80, 120 en 160 centimeter hoogte en leid de jonge takken erlangs. Gebruik jonge planten van 1,5 meter hoog – die wortelen sneller dan oudere exemplaren en verdragen verplanting beter. Snoei in juni en augustus, niet in het voorjaar, want dan bloeden de snijvlakken.

Een pergola met blauwe regen (Wisteria sinensis) levert binnen twee jaar een bladerdak van 10 vierkante meter op, maar vereist een stevige constructie van hardhout of gegalvaniseerd staal. Plaats de palen in betonvoeten van 60 centimeter diep. Laat de hoofdtakken horizontaal groeien – dat stimuleert bloei én bladgroei. Combineer dit met een kiwiplant (Actinidia deliciosa) die dezelfde structuur gebruikt en extra bladvolume geeft tegen de late namiddagzon. Reken op een bladval in november, dus plant een wintergroene klimmer zoals klimop (Hedera helix) aan de noordzijde om het hele jaar door een dichte wand te behouden.

Bomen en struiken kiezen die snel een dicht bladerdek vormen

Bomen en struiken kiezen die snel een dicht bladerdek vormen

Kies voor de grove den (Pinus sylvestris) als je binnen vijf jaar een ondoordringbaar groen dak boven je hoofd wilt. Deze naaldboom groeit op arme zandgrond tot wel 70 centimeter per jaar en vormt na drie seizoenen een massa die voldoende is om een terras volledig aan het zicht te onttrekken. Plant ze op 1,5 meter afstand van elkaar in een driehoeksverband; na twee jaar sluiten de kronen elkaar en ontstaat er een gesloten bladerdek.

De Japanse sierkers (Prunus serrulata 'Kanzan') is een bladverliezende optie die met 60 centimeter jaarlijkse groei al in het tweede jaar een breed scherm vormt. Snoei de onderste takken niet weg; laat ze laag hangen tot op 40 centimeter boven de grond, zo creëer je een dichte onderlaag die geen licht doorlaat. Combineer dit met een onderbeplanting van Hosta 'Empress Wu' die zelf ook bladeren van 60 centimeter breed produceert en de grond volledig bedekt.

Voor een haag die in één seizoen dicht is: neem haagbeuk (Carpinus betulus) in plaats van beuk (Fagus sylvatica). Haagbeuk behoudt zijn verdorde bladeren in de winter én groeit 40-50 centimeter per jaar als je hem direct na het planten terugsnoeit tot 20 centimeter hoogte. Deze drastische snoei stimuleert vier tot zes nieuwe scheuten per tak, wat leidt tot een dichtheid van tien tot vijftien takken per strekkende meter na één groeiseizoen.

De vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) is een minder bekende maar uiterst effectieve keuze voor grotere percelen. Deze boom produceert bladeren tot 50 centimeter lang en groeit als een struik als je hem jaarlijks tot de grond terugzet; zonder snoei wordt het een boom van 20 meter. In struikvorm vormt hij binnen 24 maanden een dichte, meerstammige kolonie die een oppervlakte van 15 vierkante meter bedekt met bladmassa.

Klimplanten zoals de gewone klimop (Hedera helix 'Arborescens') zijn niet alleen voor muren; als bodembedekker onder bomen groeit hij 50 centimeter per jaar en vormt hij een bladerdek van 20 centimeter dik. Plant vijf exemplaren per vierkante meter en je hebt binnen achttien maanden een onkruidvrije, dichte groene laag die het licht volledig tegenhoudt.

De blauwe regen (Wisteria sinensis) is een agressieve groeier die 3 meter per jaar kan opschieten, maar vereist een stevige constructie. Leid de hoofdtakken horizontaal langs draden op 2 meter hoogte; de zijtakken hangen dan naar beneden en vormen na twee jaar een gordijn van blad dat tot op 1 meter van de grond reikt. Dit levert een zomerse, gesloten luifel op die geen centimeter zonlicht doorlaat.

De populier (Populus nigra 'Italica') is de snelste keuze voor hoge dichte bladkronen: 100-150 centimeter groei per jaar. Plant ze op een rij met 1 meter tussenruimte; hun smalle, opgaande vorm zorgt voor een dense wand tot 8 meter hoog zonder dat de onderste takken afsterven als je ze nooit snoeit. Het nadeel (wortelopslag) los je op door een wortelbarrière van 50 centimeter diep aan te brengen.

Combineer verschillende groeisnelheden voor een gelaagd bladerdek: een grootbladige vijgenboom (Ficus carica) op het zuiden, een els (Alnus glutinosa) op natte grond en een hazelaar (Corylus avellana) die met zijn meerstammige groei van 60 centimeter per jaar de basis vormt. Zo heb je binnen drie jaar een gevarieerde kroon die van juni tot september geen doorkijk biedt, met blad dat in kleur en textuur verschilt voor een natuurlijke uitstraling.

Veelgestelde vragen:

Mijn tuin ligt op het noorden en krijgt bijna geen direct zonlicht. Kan ik daar wel schaduwplekken creëren die er ook nog eens mooi uitzien, of blijft het altijd een donkere, trieste boel?

Een noordelijke tuin is geen straf, maar een kans om met een heel ander palet te werken. Direct zonlicht is er schaars, maar diffuus licht is er vaak juist volop. Je creëert geen 'schaduw' zoals in een zonnige tuin, maar je versterkt en structureert de bestaande koelte. Kies voor bladplanten met grote, rijke bladeren zoals hosta's, varens, rodgersia's en aronskelken. Die brengen textuur en diepte, zelfs zonder bloemenpracht. Een donkere hoek kun je optisch ophelderen door lichtgekleurde stenen, wit bloeiende planten zoals schaduwklokje (Digitalis purpurea alba) of een witte hortensia. Werk met verschillende bladhoogtes: lage bodembedekkers, middelhoge varens en hogere siergrassen zoals Carex pendula. Zo bouw je een gelaagdheid op die het oog vasthoudt. Vermijd donkere materialen zoals zwarte schanskorven of donkerhouten schuttingen, die maken het juist zwaarder. Een wit geverfde muur of een lichte grindpad reflecteert het weinige licht en zorgt dat de plek minder als een kelder aanvoelt. Ook een waterpartij, hoe klein ook, geeft leven en weerkaatst licht. Verder kun je met verlichting (warme, lage spots) de structuur van de planten 's avonds uitlichten, wat een totaal andere sfeer geeft dan overdag.

Ik heb een grote oude eik in het midden van mijn gazon. De grond eronder is kurkdroog en er groeit niets behalve mos. Wat kan ik onder die boom doen, zonder de wortels te beschadigen?

Droge schaduw is een van de lastigste omstandigheden in een tuin. De eik onttrekt niet alleen licht, maar ook heel veel vocht aan de bodem. De wortels liggen bovendien ondiep, dus diep spitten is uit den boze. Begin met het geleidelijk opbouwen van een bladermulch-laag van zo'n 5 tot 10 centimeter dik, liefst van fijngehakte eikenbladeren of compost. Dit houdt vocht vast en verbetert de bodemstructuur, zonder dat je de wortels verstoort. Laat de mulch niet tegen de stam aan liggen, dat veroorzaakt rotting. Kies planten die van nature in droge bossen groeien. Denk aan leliegras (Liriope muscari), elfenbloem (Epimedium), longkruid (Pulmonaria), of kruipende goudaardbei (Waldsteinia ternata). Deze planten doen het goed in de schaduw van bomen. Grote varens zoals de struisvaren (Matteuccia) kunnen ook, als ze de eerste twee jaar regelmatig water krijgen. Je kunt ook een paar flinke kuipen met planten neerzetten, zoals een Japanse esdoorn in een grote pot, die je makkelijk water geeft zonder de boom te storen. Die kuipen geven direct hoogte en structuur. Geef de eerste twee jaar water tijdens droge periodes, daarna redden de planten zichzelf.

Mijn tuin is heel smal en lang, met aan de ene kant een hoge schutting van de buren. Daardoor ligt de hele achterkant in de schaduw. Ik wil daar een zithoek maken die niet klam en ongezellig aanvoelt. Welke oplossingen werken echt?

Een smalle, langgerekte tuin met een hoge schutting vraagt om een andere aanpak dan een open gazon. Het idee is om de schaduw niet te bestrijden, maar er een 'beschutte kamer' van te maken. Kies voor een zitplek die niet direct tegen de schutting staat, maar op minimaal een meter afstand. Zo blijft er lucht circuleren en voorkom je een beklemd gevoel. Gebruik een lichtgekleurde vlonder of tegels in een zandtint, die weerkaatsen het weinige licht. Hang een groot, lichtgetint doek of een pergola met klimplanten boven de zitplek, niet om de zon te weren maar om het blikveld omhoog te trekken. Aan de schutting kun je een spiegel bevestigen (minimaal 1 meter breed) die het licht van de andere kant reflecteert en de ruimte optisch verdubbelt. Zet er hoge, smalle planten voor, zoals een zuilvormige taxus of een smalle beukenhaag, zodat de spiegel niet te direct opvalt. Een vuurkorf of een terrasverwarmer neemt de klamme kou weg op frisse avonden. Let op de wind: een schutting houdt wind tegen, maar als er toch een doorgang is, kan het tochten. Plant een windgeleidende haag of zet een windscherm neer. Kies verder voor meubels van teak of aluminium met een lichte kussenkleur, en vermijd donker hout of rieten sets die snel vochtig aanvoelen.