logotype

Inlogformulier

Tocht in huis verminderen

Tocht in huis verminderen

Tocht in huis verminderen

Tocht in huis verminderen

Controleer eerst de kierafdichting bij de vloerplinten, want via deze onzichtbare openingen ontsnapt jaarlijks tot 15 procent van de verwarmingsenergie. Gebruik een tochtstrip van siliconen of EPDM-rubber, niet de goedkope schuimvariant die na twee seizoenen uitdroogt. Breng de strip aan op het kozijn zelf, niet op de plint, en meet de kierbreedte exact op: een opening van 3 millimeter vereist een andere profieldikte dan één van 8 millimeter.

Naast de plinten vormt het sleutelgat van de voordeur een vaak onderschat lekpunt. Een metalen sleutelgatplaat met een geïntegreerd borsteltje kost minder dan tien euro en reduceert de luchtstroom met meer dan 90 procent op dat specifieke punt. Voor brievenbussen geldt: vervang de standaard rubberen flap door een model met een magnetische sluiting en een stalen borstelrand, omdat de gangbare klep na verloop van tijd kromtrekt en blijft openstaan.

De ventilatieroosters in het kozijn verdienen een gerichte aanpak: plaats aan de binnenzijde een regelbaar rooster met een fijnmazig filter (fijnmazigheid van 0,5 millimeter) dat niet alleen de luchtstroom afremt, maar ook fijnstof tegenhoudt. Houd daarbij rekening met het drukverschil tussen de invoeropening onderaan de deur en het ventilatierooster bovenaan het raam; een optimaal verschil van 5 pascal zorgt voor een natuurlijke afvoer zonder overmatige koudeval. Monteer in oudere woningen een tochtportaal of een deurdranger met een verstelbare sluitsnelheid, waardoor de toegang langer gesloten blijft en de luchtuitwisseling met de buitenlucht beperkt blijft.

Vergeet vervolgens de kruipruimte en de meterkast niet, waar verticale luchtkolommen via onafgedichte buisdoorgangen naar de begane grond opstijgen. Dicht alle sparingen rond leidingen af met een brandwerende purschuim met een uitzettingsgraad van 300 procent, en controleer de aansluiting tussen de afvoerpijp van de mechanische ventilatie en het dakdoorvoer. Ten slotte: installeer op elke buitendeur een dorpel met een aluminium profiel waarin een afdichtingsprofiel met een variabele hoogte is verwerkt; deze volgt oneffenheden in de vloer en sluit kierdieptes tot 12 millimeter volledig af. Een dergelijke dorpel kost tussen de 80 en 150 euro, maar verdient zichzelf binnen twee stookseizoenen terug.

Kieren rond het raamkozijn dichten met tochtstrips: welke strip past bij uw raamtype?

Kieren rond het raamkozijn dichten met tochtstrips: welke strip past bij uw raamtype?

Voor een draairaam van kunststof of hout met een enkele sponning is een EPDM-schuimstrip met zelfklevende laag de meest kosteneffectieve keuze. Deze strip drukt bij het sluiten van het raam ongeveer 30% in, wat een blijvende afdichting garandeert, zelfs bij hout dat licht werkt. Kies een dikte die 2 tot 3 millimeter groter is dan de kierbreedte.

Heeft u een oud houten raam met onregelmatige spleten? Een haakstrip van siliconen of een borstelstrip in een aluminium profiel biedt uitkomst. De borstelharen vullen elke oneffenheid op, terwijl siliconenhaakjes flexibel blijven bij temperaturen onder het vriespunt zonder uit te harden. Bevestig deze strips met schroeven of nietjes, niet met lijm, omdat de ondergrond vaak vet of geverfd is.

  • Draairaam van metaal (stalen of aluminium kozijn): gebruik uitsluitend magnetische rubberstrips die op het raamhout worden geschroefd; het metaal trekt de strip aan, waardoor een 100% gasdichte sluiting ontstaat.
  • Schuifraam (horizontaal of verticaal): een viltstrip of nylonborstel in een ondiepe groef aan de onder- en bovenrail werkt het beste, omdat deze geen weerstand biedt tijdens het schuiven.
  • Klepraam (naar binnen of buiten openend): een PVC- of rubberprofiel met een holle kam die in de kier klikt, is ideaal. De kam veert mee met de beweging en sluit zonder extra druk.

Voor een klapraam (bovenlicht dat horizontaal opent) mist u met een harde strip de aansluiting op de draaipunten. Gebruik in dat geval een geprofileerde EPDM-strip met een metalen kern die u op maat knipt en rond de scharnieren buigt. De kern houdt de vorm vast, terwijl de rubberen buitenlaag de kier afdicht. Dit type strip is bestand tegen 10.000 openingscycli zonder in te zakken.

Bij een vast raam (niet te openen) is elke strip overbodig; hier volstaat het om de bestaande kitvoeg te controleren. Is de kit hard of gescheurd? Snijd deze dan los met een kitmes en breng een nieuwe hybride kit aan die u met een spuitpistool in de voeg aanbrengt. Denk niet dat een kitvoeg hetzelfde werkt als een tochtstrip: kit is blijvend, terwijl strips demontabel zijn voor onderhoud.

  1. Meet de kierbreedte met een voelmaat op drie punten: boven, midden en onder. De maximale afwijking bepaalt de stripkeuze, niet het gemiddelde.
  2. Controleer of het raam vrij kan sluiten; een te dikke strip forceert het hang en scharnierwerk, wat leidt tot kromtrekken van het kozijn binnen één jaar.
  3. Kies voor de klinkzijde altijd een strokere strip dan aan de scharnierzijde, omdat daar de meeste speling optreedt.

Vergeet de dorpel of onderdorpel niet, want die is vaak de grootste lekroute. Een aluminium dorpelprofiel met een ingebouwde rubberen lip die over de vloer strijkt, is effectiever dan een horizontale strip op het kozijn. Monteer dit profiel met een overlap van 5 millimeter aan weerszijden, zodat ook zijdelingse regen wordt afgevoerd.

Tot slot: koppel de stripkeuze aan de luchtdoorlatendheidklasse van uw bestaande ramen. Oude houten ramen scoren vaak klasse 2 (matig); met een goede EPDM-strip bereikt u klasse 3. Voor passiefhuiskwaliteit (klasse 4) is een tweecomponenten-stripsysteem nodig, zoals een combinatie van een schuimstrip op het kozijn en een magnetische strip op het raam. Dit kost meer, maar levert een kierafdichting die tot 80% lager meet dan bij een enkele strip.

Veelgestelde vragen:

Mijn huis heeft last van optrekkend vocht in de buitenmuur. Helpt het plaatsen van een rooster in de gevel om het binnenklimaat te verbeteren, of moet ik eerst de oorzaak bij de fundering aanpakken?

Een rooster in de gevel verbetert alleen de luchtcirculatie in de spouw of kruipruimte, maar lost optrekkend vocht niet op. Bij optrekkend vocht stijgt water vanuit de grond via capillaire werking omhoog in het metselwerk. Een ventilatierooster kan hooguit voorkomen dat de vochtige lucht in de spouw condenseert op de binnenmuur, maar het grondwater blijft trekken. U moet eerst een opbouwende vochtbarrière laten injecteren of een mechanisch onderbrekingssysteem aanbrengen. Pas daarna heeft extra ventilatie zin, want anders blijft de muur van binnenuit nat. Meet ook de relatieve luchtvochtigheid in de kamer; die ligt bij optrekkend vocht vaak boven de 70%.

We hebben een kruipruimte met een dikke laag zand die vochtig blijft, zelfs na het plaatsen van ventilatiebuizen. Is het verstandig om die zandlaag te verwijderen en vervangen door grind, of kan ik beter een folie over het zand leggen?

Beide methoden werken, maar ze pakken verschillende problemen aan. Als het zand zelf verzadigd raakt door grondwater of regen die via de bodem binnensijpelt, dan blijft ventilatie lucht verplaatsen boven het zand, maar het zand droogt niet van onderaf. Een dampremmende folie over het zand (PE-folie 0,2 mm) is de goedkoopste en meest voorkomende oplossing: de folie stopt de verdamping van vocht uit het zand naar de kruipruimtelucht. Grind vervangen is duurder en werkt alleen als u ook drainage aanbrengt rond de fundering, anders blijft het grind zelf water vasthouden. Kies voor folie wanneer het grondwaterpeil stabiel is; kies voor grind met drainage wanneer u regelmatig wateroverlast ziet. Laat de folie overlappen op de muren en plak de naden met butyltape. Controleer na een half jaar of de relatieve luchtvochtigheid in de kruipruimte onder de 60% blijft.