logotype

Inlogformulier

Wat wordt vergoed door de wmo

Wat wordt vergoed door de wmo

Wat wordt vergoed door de wmo

Wat wordt vergoed door de wmo

Begin met een gesprek met uw gemeente vóórdat u een voorziening aanvraagt. De vergoedingen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn namelijk geen vaststaand bedrag, maar worden per persoon bepaald op basis van een keukentafelgesprek. De gemeente is verplicht om maatwerk te leveren: een persoonsgebonden budget (pgb) of zorg in natura. Vraag expliciet naar de hoogte van het uurtarief voor huishoudelijke hulp, dat in 2024 landelijk gemiddeld rond de 27 euro ligt, maar per gemeente varieert van 22 tot 34 euro.

Voor hulpmiddelen zoals een rolstoel, scootmobiel of woningaanpassing geldt een aparte regeling. De gemeente vergoedt deze alleen als u ze nodig heeft voor uw zelfredzaamheid en participatie. Een traplift kost gemiddeld tussen de 5.000 en 8.000 euro; de gemeente toetst of dit goedkoper kan, bijvoorbeeld via een verhuizing. Vraag altijd een gespecificeerd onderbouwd besluit aan. De wettelijke reactietermijn is maximaal 8 weken, maar bij complexe aanvragen kan dit verlengd worden met 6 weken. Ontvangt u geen besluit binnen die termijn, dan kunt u bezwaar maken.

Specifieke begeleiding, zoals dagbesteding of individuele ondersteuning bij het organiseren van uw leven, valt eveneens onder de vergoedingsplicht. De hoogte van het pgb voor begeleiding is gebaseerd op een vastgesteld tarief dat de gemeente zelf bepaalt, maar minimaal kostendekkend moet zijn. In de praktijk betekent dit dat u voor individuele begeleiding een tarief van 40 tot 60 euro per uur kunt verwachten, afhankelijk van de zwaarte van de indicatie. Let op: u moet het pgb jaarlijks verantwoorden met facturen en een administratie. Schakel bij twijfel een onafhankelijke cliëntondersteuner in – deze dienst is kosteloos en wordt door de gemeente vergoed.

Ondersteuning thuis, zoals kortdurend verblijf of respijtzorg, is een aparte vorm van hulp die vaak vergeten wordt. Dit wordt vergoed als u tijdelijk niet thuis kunt wonen omdat uw mantelzorger uitvalt. De maximale duur is 6 etmalen per jaar, maar meerdaagse opvang in een instelling wordt per etmaal vergoed tegen een tarief dat de gemeente contractueel vastlegt. Een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (2023) bevestigt dat gemeenten ook vervoer naar dagbesteding moeten vergoeden als u anders niet kunt deelnemen. Claim deze vergoeding expliciet, want deze wordt niet automatisch toegekend.

Wat wordt vergoed door de Wmo? Praktische gids per voorziening

Wat wordt vergoed door de Wmo? Praktische gids per voorziening

Check eerst of je recht hebt op een maatwerkvoorziening via een keukentafelgesprek–de gemeente beoordeelt dan je zelfredzaamheid. Huishoudelijke hulp (HH) wordt standaard vergoed in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) of zorg in natura (zin). Voor 2025 ligt het uurtarief voor HH1 (licht) rond de €25,50 en voor HH2 (zwaarder) op €31,00, maar let op: elke gemeente contracteert eigen aanbieders tegen afwijkende tarieven.

Voor rolstoelen geldt een strikte voorwaarde: alleen als je hem binnenshuis nodig hebt voor dagelijks gebruik, valt dit onder de Wmo. Een scootmobiel of elektrische rolstoel voor buitengebruik komt pas in aanmerking als je aantoonbaar niet met het openbaar vervoer of een eigen auto kunt reizen. Een traplift wordt volledig vergoed, inclusief installatie en onderhoud, mits jouw woning geschikt is voor montage; bij een huurwoning is schriftelijke toestemming van de verhuurder verplicht. Woonaanpassingen (zoals een verbrede deur of douchegoot) worden tot €8.500 zonder eigen bijdrage gefinancierd, maar bij bedragen daarboven toetst de gemeente je inkomen–de eigen bijdrage kan dan oplopen tot €850 per maand.

Vergoedingen voor dagbesteding en begeleiding verschillen fundamenteel per regio. Sommige gemeenten hanteren een maximum van 4 dagdelen per week, andere vergoeden onbeperkt als er sprake is van een medische indicatie. Kortdurend verblijf (logeeropvang) wordt altijd voor maximaal 3 etmalen per week vergoed. Je ontvangt nooit contant geld; de gemeente betaalt direct aan de aanbieder of stort het pgb op jouw rekening, waarvan je maandelijks een bestedingsdoel moet overleggen.

Vervoersvoorzieningen buiten de deur (taxikosten of een aangepaste fiets) worden alleen toegekend als je zonder hulp niet op je bestemming komt. De vergoeding is gemiddeld €0,28 per kilometer, met een jaarlijks maximum van 1.500 kilometer. Voor een collectief vervoerssysteem (zoals Valys) betaal je een eigen bijdrage van €0,16 per rit–dit wordt jaarlijks geïndexeerd. Aanvragen doe je schriftelijk, en bezwaar maken moet binnen 6 weken na afwijzing; in de praktijk wint 42% van de bezwaren na een formeel bezwaarschrift.

VoorzieningVergoedingEigen bijdrageBelangrijke limiet
Rolstoel (binnen)Volledig, incl. reparatieGeenAlleen bij dagelijks gebruik
TrapliftVolledig + installatieGeenHuurwoning: toestemming verhuurder
WoonaanpassingTot €8.500Ja, boven drempelMax. €850/maand bij hoog inkomen
DagbestedingPer dagdeel (regionaal)InkomensafhankelijkMax. 4 dagdelen/week (sommige gemeenten)
Taxivervoer€0,28/km€0,16/rit (collectief)Max. 1.500 km/jaar
LogeeropvangVolledigInkomensafhankelijkMax. 3 etmalen/week

Handel snel bij afwijzing: vraag direct een heronderzoek aan en lever medische verklaringen aan die door een onafhankelijk arts zijn opgesteld. Gemeenten mogen geen eigen bijdrage rekenen voor rolstoelen of trapliften, maar doen dit vaak bij vervoersvoorzieningen. Bewaar alle correspondentie en facturen minimaal 5 jaar–bij een pgb-audit moet je kunnen aantonen dat elke euro aan zorg is besteed. Gebruik een onafhankelijke cliëntondersteuner (gratis via het wijkteam); hij onderhandelt namens jou tarieven en voorwaarden die je zelf niet snel krijgt toegewezen.

Veelgestelde vragen:

Ik heb via de Wmo een traplift aangevraagd, maar de gemeente zegt dat ik eerst een eigen bijdrage moet betalen. Klopt dat en hoe wordt die berekend?

Ja, dat klopt. Sinds 2015 is de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen niet afgeschaft, maar de regels zijn wel veranderd. U betaalt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen zoals een traplift, rolstoel of begeleiding. De bijdrage wordt berekend door het CAK op basis van uw inkomen en vermogen. Voor een traplift geldt een maximumtermijn van 39 maanden (voorheen 5 jaar). De hoogte van uw bijdrage hangt af van uw verzamelinkomen, uw leeftijd (of u AOW ontvangt) en of u een partner heeft. De gemeente bepaalt of u een voorziening krijgt, maar het CAK bepaalt de hoogte van de bijdrage. U krijgt hierover altijd een beschikking van het CAK. Een belangrijk punt: de bijdrage voor een traplift is gemaximeerd op het totaalbedrag van de voorziening. Betaalt u dus al 100 euro per maand, maar de traplift kost 2000 euro, dan betaalt u nooit meer dan 2000 euro in totaal. Heeft u recht op een persoonsgebonden budget (pgb)? Dan betaalt u ook een eigen bijdrage, maar die wordt verrekend met het budget. Vraag bij twijfel altijd een gespecificeerd overzicht aan bij het CAK, want fouten in de berekening komen voor.

Mijn moeder woont zelfstandig en heeft dementie. Ze heeft nu hulp nodig bij het douchen en aankleden. Wordt dat vergoed via de Wmo of moet ik naar de zorgverzekering? Ik snap het verschil niet.

Dit is een veelvoorkomende verwarring. Het korte antwoord: hulp bij douchen en aankleden kan onder twee wetten vallen. Als het gaat om ‘begeleiding’ of ‘dagbesteding’ – dus het structureren van de dag, overzicht houden, of het overnemen van de planning – dan valt dit onder de Wmo. Maar als het puur gaat om persoonlijke verzorging, zoals wassen, aankleden, naar het toilet gaan of eten, dan valt dit onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor uw moeder met dementie is de situatie vaak dat ze zowel persoonlijke verzorging als begeleiding nodig heeft. De wijkverpleegkundige van de zorgverzekering beoordeelt het deel ‘verzorging’. Het Wmo-loket van de gemeente beoordeelt het deel ‘begeleiding’. In de praktijk krijgt u dus te maken met twee aanvragen. Een uitzondering: als de verzorging zo verweven is met de begeleiding dat het niet te scheiden is (bijvoorbeeld ’s nachts incontinent en onrustig), dan kan de gemeente besluiten dat het hele pakket via de Wmo loopt. Vraag bij de gemeente een ‘keukentafelgesprek’ aan. Geef daarin duidelijk aan dat uw moeder dementie heeft en dat de zorg ‘samenhangend’ moet zijn. Een goed gesprek kan voorkomen dat u tussen wal en schip valt. Ik adviseer om ook contact op te nemen met de wijkverpleegkundige voordat u de Wmo-aanvraag doet, zodat u weet welk deel zij voor haar rekening neemt.

Ik woon in een koophuis met een hypotheek. Mijn inkomen is laag, maar mijn huis is veel waard. Kan de gemeente mijn huis verkopen om de kosten van een Wmo-voorziening te dekken? Ik maak me zorgen over mijn erfenis voor mijn kinderen.

Nee, de gemeente kan uw huis niet verkopen of als onderpand gebruiken voor een Wmo-voorziening. Dit misverstand ontstaat vaak door de vermogenstoets. Voor de Wmo kijkt de gemeente namelijk wél naar uw vermogen, maar het eigen huis wordt in principe buiten beschouwing gelaten. De Wet maatschappelijke ondersteuning stelt dat het recht op ondersteuning niet afhankelijk is van het hebben van een eigen woning. Er zijn twee situaties waarin dit anders kan liggen. Ten eerste: als u een persoonsgebonden budget (pgb) aanvraagt en dit budget hoger is dan de kosten van de goedkoopste adequate voorziening, dan kan de gemeente het verschil vragen terug te betalen. Dat heeft niets te maken met uw huis. Ten tweede: de eigen bijdrage die het CAK berekent, kan wél hoger uitvallen omdat u vermogen in de vorm van spaargeld of beleggingen heeft. Maar uw eigen huis telt niet mee voor de berekening van de eigen bijdrage voor de Wmo. Dit is anders dan in de Wet langdurige zorg (Wlz), waar het huis wél meetelt voor de eigen bijdrage. Uw kinderen hoeven zich dus geen zorgen te maken over een verkoop of een beslaglegging. Wel kan het verstandig zijn om bij de gemeente te vragen naar een ‘beschikking’ waarin zij expliciet bevestigen dat het huis niet wordt meegerekend. Dit is handig voor uw administratie en voorkomt onduidelijkheid.

Mijn buurvrouw krijgt een scootmobiel van de gemeente, maar ik krijg alleen een rolstoel. Ik heb dezelfde mobiliteitsbeperking. Waarom behandelt de gemeente ons verschillend? Ik heb het idee dat zij ‘vriendjes’ heeft bij het loket.

Het kan lijken alsof de gemeente willekeurig beslist, maar er zitten duidelijke regels achter. De gemeente is verplicht om de ‘goedkoopst adequate voorziening’ te verstrekken. Dat betekent: de oplossing die het goedkoopst is, maar waarmee u nog wel zelfstandig kunt functioneren. Voor de ene persoon is dat een rolstoel, voor de andere een scootmobiel. Waarom? Het hangt af van uw loopsnelheid, de afstanden die u moet overbruggen, uw kracht in de armen (voor een rolstoel moet u kunnen duwen of een elektrische rolstoel bedienen), uw evenwicht en uw reactievermogen. Een scootmobiel vergt namelijk meer stuurmanskunst en een beter reactievermogen dan een elektrische rolstoel. Ook kijkt de gemeente naar uw woonomgeving: woont u in een flat met een kleine lift of in een huis met een tuin? De is een rolstoel vaak praktischer, terwijl een scootmobiel beter is voor langere afstanden buiten. Daarnaast speelt mee hoe vaak u waar naartoe gaat. De gemeente moet een ‘onderzoek’ doen – een keukentafelgesprek – waarin al deze punten aan bod komen. Als u vindt dat u een andere voorziening nodig heeft dan toegekend, kunt u binnen zes weken bezwaar maken. In het bezwaar schrift moet u duidelijk uitleggen waarom de rolstoel niet volstaat voor uw situatie. Vraag ook om het onderzoeksverslag van uw gesprek; daarin staat de motivering. Vergelijk niet te veel met uw buurvrouw, want uw beperkingen worden individueel beoordeeld. Maar als u sterke aanwijzingen heeft dat de gemeente de procedure niet heeft gevolgd, kunt u ook een klacht indienen. Maar ‘vriendjespolitiek’ is lastig te bewijzen en de gemeente heeft meestal een professionele medisch adviseur ingeschakeld voor de beoordeling.

Ik heb chronische vermoeidheid door een ziekte en kan mijn huis niet meer goed schoonhouden. De gemeente zegt dat huishoudelijke hulp een ‘algemene voorziening’ is en dat ik eerst naar een vrijwilligersorganisatie moet. Klopt dat? Ik betaal al jaren belasting en voel me in de steek gelaten.

De gemeente mag huishoudelijke hulp inderdaad aanbieden als ‘algemene voorziening’, maar dat wil niet zeggen dat u genoegen moet nemen met vrijwilligers. Een algemene voorziening is een vorm van ondersteuning die zonder uitgebreide aanvraagprocedure toegankelijk is. Denk aan een buurthuis of een maaltijdservice. Bij huishoudelijke hulp geldt echter: de gemeente mag alleen naar een vrijwilligersorganisatie verwijzen als die organisatie dezelfde kwaliteit kan leveren als een professionele hulp. In de praktijk blijkt dit voor schoonmaken, zeker bij chronische vermoeidheid, vaak niet het geval. Professionele huishoudelijke hulp valt in drie niveaus: HH1 (alleen stofzuigen en dweilen), HH2 (zwaardere schoonmaak) en HH3 (ook wassen en strijken). Een vrijwilliger mag geen medische handelingen verrichten en is niet verzekerd voor schade. Uw situatie: chronische vermoeidheid betekent dat u niet alleen problemen heeft met schoonmaken, maar ook met het ‘regie voeren’ over het huishouden. Dat valt vaak onder begeleiding, niet onder huishoudelijke hulp. U moet bij de gemeente aandringen op een ‘keukentafelgesprek’ waarin u uw medische situatie laat wegen. Uw huisarts of medisch specialist kan een verklaring meesturen. De gemeente mag geen diagnose eisen, maar moet wel beoordelen of u zelfstandig kunt functioneren. Als de vrijwilligersorganisatie geen continuïteit kan bieden (bijvoorbeeld omdat zij maar één keer per twee weken komen), dan is dat geen adequate oplossing. In dat geval moet de gemeente een maatwerkvoorziening toekennen, ook al heet die ‘voorliggende voorziening’. U heeft dus niet zomaar pech. Schrijf een korte brief waarin u uitlegt dat u vanwege uw ziekte geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten en dat vrijwilligers onvoldoende capaciteit hebben. Bewijsstukken van uw behandelaar maken uw aanvraag sterker.